HomeDe regeling der gouvernements suiker-cultuur, beschouwd in verband met het daarover uitgebragte verslag door de drie overgeblevePagina 103

JPEG (Deze pagina), 692.10 KB

TIFF (Deze pagina), 7.12 MB

PDF (Volledig document), 91.76 MB

99
gemid- Maar welke moeten de natuurlijke gevolgen dezer bepaling
lentiën zijn en van andere, die daarmede in verband staan? Dat het
=n met te groote voordeel niet bestendig zal wezen; dat de contrac-
poedig tanten niet duurzaam aan hunne verpligtingen zullen kunnen
lentiën blijven voldoen; dat de kwijnende toestand der meeste onder-
g, Pe- nemingen de ontwikkeling der suiker-industrie in den weg zal
achten. staan; dat vele ondernemers geruïneerd zullen worden; dat men
ior een hun, die dezen zullen opvolgen, betere voorwaarden zal moeten
iet ge- geven, en dat eindelijk de schade op den Staat zal nederkomen!
iltaten. De bepalingen, vervat in deze beide paragrafen, zullen, in-
ctie op { dien zij worden gehandhaafd, al het goede, dat men van deze
lat het regeling mogt verwachten, vernietigen, en niet voldoen, naar
ooning ons inzien, aan hetgeen de memorie van toelichting noemt:
doende ,, een ernstig streven om de uiteenloopende belangen der be-
lt. voor ,,volking, van het Gouvernement en van de fabrikanten, in
,, billijkheid te vereenigen. °’
utingen .
if meer ­---·
pikols
laarvan § 23. Als een gevoelen der meerderheid van de Commissie wordt
B tegen hier gezegd: ,, de bijzondere zorg van de Regering voor de
00.000 vpartikuliere belangen der suikencontractanten, ten nadeele
aid zal Y ,, van de schatkist en van het algemeen, blinkt vooral uit in
voorde ,, deze regeling. "
k.ols of De meerderheid der Commissie zou met grond eene dergelijke
nderne­ uitdrukking kunnen bezigen, wanneer zij had bewezen:
1. Dat door de voorwaarden, vervat in de nieuwe regeling,
rilölinlcl het regtmatig aandeel van den Staat in de winst der suiker-
H, TEN’ teelt niet groot genoeg was.
2. Dat de voorwaarden, door de publieke uitbesteding te er-
iop dan langen, het aandeel voor den Staat in de winst bepaaldelijk r
zouden vergroot hebben.
nis van 3. Dat de Regering, met verkrachting van gedane toezegging
jdigheid aan allen (niet aan enkelen, dit zullen wij bewijzen), eerlijk
en ter goede trouw zou hebben gehandeld, met tot eene