HomeEen nieuw rapport van generaal J.C. Smuts, staatsprocurateur en assistent-commandant generaal der Z.A. Republiek, aan Z.H. Ed. sPagina 12

JPEG (Deze pagina), 753.26 KB

TIFF (Deze pagina), 6.67 MB

PDF (Volledig document), 25.48 MB

E
io "`
E 1896 - d.i. van Jknnsorfs inval ­- de Britsche Regeering
, vast besloten was een inval in de beide Republieken te i
V maken, maar het is ook nog onlangs erkend geworden
door Lord Lannsnownn, dat hij reeds in Juni 1899 met
Lord Wonsnrnv, destijds opperbevelhebber van Harer ,
Britsche Majesteit’s troepen, den besten tijd heeft besproken
om een inval in de beide Republieken te maken. U EXC. ‘
zal dus zien dat wij het zwaard niet hebben getrokken, j'
maar dat wij alleen het zwaard hebben weggestooten dat
alreeds op onze keel was gelegd. Wij hebben alleen in
zelfverdediging gehandeld, een der heiligste rechten van
den mensch, ten einde ons recht van bestaan te hand-
haven, en daarom vermeen ik ook eerbiedig dat wij recht i,
hebben op een rechtvaardigen God te vertrouwen. ‘ )
Ik merk verder op dat U EXC. andermaal neerkomt
op de onmogelijkheid van interventie van een vreemde 1
mogendheid en U EXC. doet uitkomen alsof wij ons alleen
verzetten met de hoop op zoodanige interventie. Met
· U EXc.’s verlof wil ik gaarne onze positie, wat interventie
betreft, duidelijk maken. Zij is deze: wij hebben gehoopt
en hopen nog, dat het zedelijk gevoel der beschaafde
wereld zich zal verzetten tegen de misdaad die Engeland
in Zuid­Afrika doet, n.l. waar het tracht het bestaan van .
een jong volk te vernietigen; maar toch waren wij altoos
vast besloten, indien onze hoop niet verwezenlijkt mocht j
worden, om met vast vertrouwen op een genadigen God
onze uiterste krachten in te spannen om ons zelven te
verzetten, en dat besluit staat bij ons nog onwrikbaar vast.
Ik merk verder op dat U Exc. aanneemt dat onze Y
strijd hopeloos is. Ik weet niet waarop U EXC. deze
beschouwing grondt. Laten wij voor een oogenblik onze
wederzijdsche toestanden van nu met die van een jaar