HomeZomergroenPagina 82

JPEG (Deze pagina), 549.25 KB

TIFF (Deze pagina), 6.20 MB

PDF (Volledig document), 41.88 MB

M
vl -
j; 14
O zie daar ginds, hoe heev`len voor ons oog
r! . .
In somber groen die kleine en donkre vlekken;
ja
Een heuvel steekt den valen krunn omhoog
ib
Uit neev’len die zün dorren voet omtrekken;
al .. .. .. .. .
jg Hg wgst mij wat mijn blik zoo rustloos zocht:
il
Daar rusten zij die vielen op den togt.
nïi
li
lt . .
Hun streelt de rust, zoo zelden hier gesmaakt; nu
Q?
jg De last was zwaar hun opgelegd te dragen:
ll Bewaak hun asch, , die voor alles waakt!
äç .
gi; Dit smeeken we U, wat 1nogen we anders vragen.
Misleide hoo verdubbelt ons ·emis
P 3 »
i` Gi' weet hoe zwaar hoe i'nli'k ’t scheiden is.
,¤ J > J
gi Rust, dierbren, rust! uw avond is gedaald,
I Uw loop voleind, uw taak is afgeweven,
Is de eigen zon, die nog ons pad bestraalt,
Voor u een bron van vreu ‘de kweekend leven!
i g
"Wat zegt een dronk ons karig toebedeeld,
VVanneer een stroom u mild verkwikt en streelt? ‘ .
F! Op, broeders! op! het uur der rust vervlood;
Z! . .
gj Droogt de oogen af, den blik vooruit geslagen,
l Het leven wenkt, wat droomt gü van den dood;
Al komt de nacht, de morgen zal weer dagen,
E5 .
5; God waakt voor 't stof dat ook tot hem behoort,
U) l
rg Op broeders, op! de tijd gebiedt, spoedt voort.
i
li
EE
jl
[I