HomeZomergroenPagina 81

JPEG (Deze pagina), 567.50 KB

TIFF (Deze pagina), 6.20 MB

PDF (Volledig document), 41.88 MB

73
Slechts gü en gn? en is er niemand meer?
Ik kende er meer, 0 zeg mij waar zij bleven,
Zette iemand zich te vroeg tot rusten neêr,
Heeft ongeduld hem reeds vooruitgedreven?
Och! waarom bleven ze ons niet trouw nabü ;
Of wachten ze aan den voet reeds u en
gr Wat was die weg daar ongebaand en woest,
i Hoe staken mü de dist`len door de zolen!
i Ik weende omdat ik dien bewandlen moest,
j En meende, ontzind, een büpad in te doelen;
, Maar ’k greep mün staf en dacht aan ’s vaders wil·
{ Ik stelpte °t bloed en zweeg eerbiedig stil.
”t Was wel gedacht, want toen ik, afgemat,
e Ter neder zonk, om d` avond af te wachten,
Ontdekte ik reeds een glad en lomm”rig pad, I
W Een frissche bron versterkte moed en krachten. l
En ’k stapte voort langs ’t klaterend gedruisch
{ Van beek en bron , en ’k dacht; ik ga naar huis, 1
,, Ik ga naar huis waar mij de liefde toeft,
Loope ook mijn spoor langs onbebouwde beemden,
Al heeft de smart mg ”t voorhoofd vaak gegroefd ,
Al zwierf ik vaak als vreemdling bn de vreemden,
VVaar heen mün weg zich kronklen moge of wendi
Ik ga naar huis; mijn reize spoedt ten end”!”