HomeZomergroenPagina 75

JPEG (Deze pagina), 508.27 KB

TIFF (Deze pagina), 6.19 MB

PDF (Volledig document), 41.88 MB

l
ev
i Korrelt uit de barstende airen
i ’t Voedsel voor den zwengelslag,
Spoedig nadert ook de dag
Dat een kleed van gele blaren
_; °s Aardrijks vriendelijk gelaat
Weê1· verhult in rouwgewaad, d
ë Laat de vlüt uw hand besturen,
E Nijvre landman, maai en pluk,
Berg de blüken van geluk,
Tast de garven in uw schuren,
Wees aan `t zwoegend mierenrük,
i Dat den winter wacht, gelijk.
Paar uw danken aan uw zingen,
Wüd aan Hem; wiens wijze magt
i U zoo zorgend tegenlaeht,
i Hem gevallige eerstelingen:
Pleng, waar de armoê ’s winters sohreit,
Q De offers van uw dankbaarheid.
Rükdom! ongekend te heten:
Blozend ooft en züden blaàn,
Golvend goud van zwellend graan,
i Bloeserns, die den honig zweeten,
Rükdom, waarop de Oogstmaand noodt ...,
God! wat is uw goedheid groot!
J Tl

i
ä i

I
l