HomeZomergroenPagina 58

JPEG (Deze pagina), 562.49 KB

TIFF (Deze pagina), 6.26 MB

PDF (Volledig document), 41.88 MB

so l
O Heilig huis, gewrocht van `s HEEREN hand, !
Waarop zün gunst ten hemel af mogt druipen! i
O! mogten wij door dor en gloeijend zand l
A Op bloote kniên tot Uwen dorpel kruipen; {
! l
Of zagen wij de schaduw van uw tin, j
j Als ’t groote loon van lang en smartlhk zwerven ,
! En deed de HEER ons dan van vreu de sterven
Il g
traden blij ”t zoo duister doodsdal in.
jl
I!
gi
Wat dartelt gü in onverstoord genot, !
Onschuldig kroost, met jeugdig bloed in de aadren? `
Och! buig u neêr, verbid de toorn van God; j
Uw teederheid draagt ook de schuld der vaadren. I
Het veulen springt bg d” aanblik van °t gareel,
’t Poogt argeloos den breidel zelfs te lekken,
lt
Die hem verbeidt, maar bij `t onteerend trekken
Treft ’s drijvers stok ”t gebogen bekkeneel.
al
g?
Vermei u niet in `t weelderig plantsoen,
l
l Vlecht u geen krans van palmloof om te slapen!
Vervloekt `t land, gedost in eeuwig groen!
jj Ach! had de Heer °t zóó schoon toch niet geschapen!
Ware alles dor en naakt en deed de gloed
Der middagzon het veld door ’t splijten kraken,
Al moesten onze tranen ”t vruchtbaar maken,
Dan werd ons leed door °s vüands wee vcrzoet. . .

ll
li
F;
l;
tg
¥

t! ,
El 1
1