HomeZomergroenPagina 55

JPEG (Deze pagina), 512.81 KB

TIFF (Deze pagina), 6.24 MB

PDF (Volledig document), 41.88 MB

l
{ 47
Neen! zoo ook `t hart te pnnlijk brak,
I De hemelstem is nooit te smoren,
i Die in die groote daden sprak,
ë Hoe onverdraaglük voor onze ooren;
` En zoo dan de engel van ”t geloof
l Die stem verklaart als les ten leven,
{ Dan wordt de sluüer opgeheven,
j Die twijfling voor onze oogen schoof.
U groeft de vinger van den dood
Zijn zegeteeknen op de wangen;
Bedroefde Vader, Echtgenoot!
A Te regt zijt gn met rouw omhangen.
I De dolk, die u door °t harte drong,
‘ Woelt grievend u in de ingewanden;
v Een nieuwe kelk is in uw handen
[ En de alsem kleeft nog op de tong.
g t
Wie waagt het d` ongevraagden troost
z Aan d° afgepijnden man te schenken,
Die bn ’t verlies van Gade en Kroost
Zijn wellust zoekt in droef herdenken.
°t Waar dwaas, om de uitgeslagen` vlugt
Der ziel meêdoogloos in te korten:
’t Herdenken slechts en ’t tranen storten
jg Geeft nog aan d° engen boezem lucht.
{ v
i !
l
1)