HomeZomergroenPagina 35

JPEG (Deze pagina), 445.39 KB

TIFF (Deze pagina), 6.21 MB

PDF (Volledig document), 41.88 MB

27
Het nedrig kerkje heft zün top,
Door digt beblaarde twügen,
Als biddend naar den hemel op,
Schoon alle tongen zwijgen;
De wäzerplaat, die vriendlgk lacht,
Knikt aan de dooden ,, goeden nacht!”
En `t is als of het klokje bromt:
v ,, Slaapt zacht! slaapt zacht! de morgen komt!”
‘Wat droomt gij toch van levenslust
En van genot der zinnen!
Hier is de tempel van de rust,
Ei treedt eens even binnen!
Gü grooten! wat de stad u biedt
Behoort wel tot haar tempel niet;
Maar zoo ze u hier tot priesters wijdt,
Denkt dan dat gelukkig züt.
x