HomeZomergroenPagina 31

JPEG (Deze pagina), 475.86 KB

TIFF (Deze pagina), 6.19 MB

PDF (Volledig document), 41.88 MB

I , D , r”--,.-r-..,-w.,,,,-e;“._n.,,..,.eee=»e· »
l
i
V
r
I
I
®&Q)§ ,, MDI? ëlü lëïlltélêllülüe
!
l De zonnestralen blonken buiten
i En °t weefsel op bevrozen ruiten
l Scheen lükgewaad naast bruidsfestoen;
i Maar ’t plantje, dat de herfstwind spaarde,
{ Wies welig in gekoesterde aarde
1 En bleef nog groen.
l
i De hemel was met graauw betrokken,
° Daar daalde een kleed van ligte vlokken
! En de aarde dankte voor ’t bezit;
De twügen, eenmaal rük aan bladen,
l Zijn zaamgehecht met zil’vren draden;
Heel de aarde is wit.
l
5 Maar praalt er groen noch najaars lover,
En ligt een nevlig waas er over,
Een hulsel van bedekkend graauw:
VVat wg aanschouwen of gelooven,
Wij heffen ’t hopend oog naar boven;
g Daar is het ólaauw,
l