HomeZomergroenPagina 18

JPEG (Deze pagina), 540.41 KB

TIFF (Deze pagina), 6.19 MB

PDF (Volledig document), 41.88 MB

l
10
Maar meer dan geestelooze taal
Seheen uit haar boezem op te stügen,
Terwijl zij, met een sprekend zwijgen,
De zalving van een zachte straal
Met gretig oog poogde op te vangen,
Die vaak haar lüden had gestreeld
En afvloot van een Christus­beeld, l
Waa1·aan haar gansche ziel bleef hangen. ·'*‘
Zij leed en grievend was haar leed;
Maar °t was die stroom niet van verdrieten, i
fi Die, als hü °t spoor heeft doen vervlieten j
Van vreugd , zün grenzen oversehreed , t
Zün doodlüke almagt doet gevoelen,
_i Den spot drijft met een zweem van rust, j
En , onder ’t bang en worstlend woelen,
Al ras de vonk des levens bluscht.
I Maar ’t was die wreede zielekanker ,
Die als de lava vloeit en blaakt,
Die ’t immer lüdend ligchaam ranker -
vi En dan de ziel geruster maakt; _
{· `t Was ”t vuur, verraderlük te noemen , `
Dat zich met vlugger vlietend bloed ·
Bu afgeperste drupp`len voedt
D En flaauw gekleurde kerkhofsbloemen
Op bleeke kaken groeüen doet.
j Zij was nog jong: slechts twintig malen
Vermogten de onwaardeerbre stralen,

A
E