HomeZomergroenPagina 14

JPEG (Deze pagina), 507.17 KB

TIFF (Deze pagina), 6.20 MB

PDF (Volledig document), 41.88 MB

I
I
I

6 .
I
Een slang was °t. .. maar in Englensohijn! ...n ·
I Neen, in uw schepping, o Volmaakte! I
Kan, wat ook mijn begooohling wraakte,
Dat schepsel nooit misdadig zijn.
Ik had MARIA nooit aanschouwd:
Haar blik zocht nimmer mij te ontmoeten: I
. I
Daar knielde ze eensklaps aan mijn voeten,
Zoo als een Seraph biduur houdt; I
Zoo als een troongeest zich zou buigen
Om voor den ongenaakbren troon ,
Van God en zün gezalfden Zoon
Zäne onvolmaaktheid te betuigen. --
Zij zag mü aan en in haar blik I
Was schuldloos schuldbesef te ontdekken. I
o! Loog een Engel uit die trekken I
Een zondaar was er -- dat was IK! I
Wat blüf ik dan naar oorzaak zoeken ,
I Naar vijgebladren voor mijn kwaad! j
Waiineer er Waarlijk sehuld bestaat,
'
Heb ik alleen mij zelv” te vloeken.
De kiem van alles schuilt in ,
Al doet een fluisterstem zich hooren: 1 i
,, Gods woord, o Priester! spreekt u vrü!`” I
De Kerk verbiedt - haar heerschappij
Heb ik als dienaar trouw gezworen. I
I
T I
g I
I E
2
I 1
I I
I I
I