HomeZomergroenPagina 13

JPEG (Deze pagina), 528.79 KB

TIFF (Deze pagina), 6.17 MB

PDF (Volledig document), 41.88 MB

.
5
,, Waalç, waak en bid terwijl gn staat,
,, En vlied het dwaze zelfvertrouwen:
,, ’t Gevaar bedreigt u overal;
,, De Booze legt ontelbre lagen;
,, De last der Kerk is zwaar te dragen,
j ,, Een tred slechts en gij neigt ten val!”
è
l Die taal dorst ik toen last°ren heeten;
i De Kerk gaf nooit een streng gebod:
Zij was zoo liefderük als God;
Zü had geen juk; zij had geen keten;
Zn was slechts inoederlijk en teêr ....
l Helaas! ik leer zelven kennen.
Vergeef me, 0 hemel! ’t heiligschennen
Waardoor ’k mün zonden nog vermeer.
Maar `k heb de paden toch vermeden,
Waarop het wis verderf ons wacht;
Q Ik heb de wereld steeds veracht,
E Veracht met haar begeerlükheden;
; Geen stil gekweekte boezemlust
g Ontroofde me ooit de kalmte en rust:
j °k Heb nooit een strafbren blik geslagen
Naar ”t ooft dat soms begeerlijk scheen ,
! Maar de adder, die me aan ’t hart blüft knagen ,
i Sloop in de biechtstoel om mij heen.
j o Dat ik niet mün hart bewaakte!
E
ë
nl --