HomeZomergroenPagina 11

JPEG (Deze pagina), 536.80 KB

TIFF (Deze pagina), 6.17 MB

PDF (Volledig document), 41.88 MB

I
l
j 3
i Heeft Satan tot mnn foltersmart
Den tooi eens Engels aangetogen.
. Bereidt hij mh het doodlijk ooft,
Dat, door den blos der zaligheden,
’t rein en zielverheffend Eden,
De rust, die de onschuld geeft, ontrooft?
i" Is dat die kracht waarop ik bouwde,
l Die spier en zenuw trillen deed,
Toen mij de Kerk hare eer vertrouwde
En, op d` aan haar gewüden eed,
A Mij als heur echten zoon beschouwde?
i Is dat die zuiverheid van ziel,
ë Die soms een zweem van hoogmoed wekte,
A Waarmede ik vaak mün schuld bedekte
g Als ik den broeder, die eens viel,
Ten liefdeloozen regter strekte?
J a, ’k stapel dikwerf schuld op schuld,
Als ik al de onverdraagbre vlekken ,
Die ”t priesterlük gemoed bedekken ,
l In ’t kleed der zwakheid houd’ verhuld. .
Als ik met listigheid durf vragen:
g Of ’t schendig en onheilig vuur,
I Dat mij de volle borst doet jagen ,
Geen reine vonk is, die Natuur E
Uit vleesch en bloed mü heeft geslagen,
En of een sterveling ’t gezag
Dcs Soheppers ooit weêrspreken mag?
_ 1*
ë

i
l
4