HomeAdressen uit Midden-Java, betreffende de cultuurwetPagina 7

JPEG (Deze pagina), 578.96 KB

TIFF (Deze pagina), 6.05 MB

PDF (Volledig document), 11.33 MB

l
Tot nu toe hebben wij ons niet geroepen geacht, om
over het ingediende ,,ontwerp van wet tot vaststelling der gron-
den waarop ondernemingen van Landbouw en Nijverheid in Ne-
derlandsehlndie zullen kunnen worden gevestigd" ongevraagd een
oordeel u.it te brengen, te meer wijl wij in eene uitvoerige me-
morie over de suiker-industrie in deze aideeling, dd. 26 April
1865 aan Uwe Exeellentie ingediend, onze meening niet alleen
over die tak maar ook in het algemeen over den toestand en
de behoeften der Europesche industrie hebben. uiteengezet. Nu
echter de organen van handel en nijverheid te Batavia en Soe-
rabaija hunne vertoogen. bij U. E. hebben ingebragt, mee-
nen ook wij het stilzwügen niet te mogen bewaren, al ware
het alleen omdat niet willen geacht worden noch aan de ont-
werpwet zelve, noch aan het afkeurend oordeel daarover uitge-
sproken, onvoorwaardelük onzen bijval te hebben gehecht.
Voor zooverre het ontwerp met den maatsehappelijken toestand
der inheemsehe bevolking in direct verband staat, wensehen wij
ons van eene bespreking te onthouden. Immers zouden wij ons
daarbij niet tot het oeconomische gezigtspunt kunnen bepalen:
noodwendig zouden in sociale en politieke beschouwingen
moeten komen, hetgeen welligt buiten onze bevoegdheid zou
worden geacht.
Alleen wensehen wij als onze overtuiging uit te spreken, dat
niet instemmen met hen, die alleen in bestendiging van den
toestand, door het eultuurstelsel in het leven geroepen, heil voor
de toekomst zien. Dat de geaardheid der inlandsehe bevolking
zoodanig zoude zijn, dat, ook zoo haar oeeonoinisehe toestand ver-
beterd wordt, zonder dwang hare voortbrenging ter naauwernood
in hare noodzakelijke behoeften. zou voorzien, dat, om Java op
ruime schaal voor de Europesehe industrie toegankelijk te maken,
bü voortduring dwang tot arbeid het eenige middel zoude zün,
kunnen wij niet aannemen.