HomeAdressen uit Midden-Java, betreffende de cultuurwetPagina 14

JPEG (Deze pagina), 668.63 KB

TIFF (Deze pagina), 6.06 MB

PDF (Volledig document), 11.33 MB

. [ 8 l
ln zoodanig geval rekenen eene onteigening, waar die bij .
de toekenning van den eigendom wordt voorbehouden, tegen be-
hoorlijke schadeloosstelling door de omstandigheden gebillükt.
Het karaktnr van eene onteigening ten algemeenen nutte kan
daaraan o. i. in zekere mate niet worden ontzegd. Immers, gaat
het kapitaal van de suikerindustrie verloren, zoo is dit een VGT-
lies voor de geheele maatschappü, een verlies ook voor de sch¤«lï*
kist, dat door andere belastingen zal moeten worden aangevuld.
De redding van dat kapitaal mag als een algemeen belang wor-
beschouwd. I
Die onteigening ligt trouwens ook in het plan des ministers. Q
Neemt nien daarmede aan, dat er aanleiding tot onteigening be- i l
staat, dan kan er ook tegenover den inlandschen regthebbende
geen onregt in gelegen zün, om den eigendom geheel aan den i
Europeschen ondernemer over te dragen. Veeleer wordt _ de
regtvaardiging tegenover hein geheel verüdeld, waar de over- J
dragt aan de suikerindustrie tijdelük plaats heeft, op zooda~ i
nigen voet, dat het doel der onteigening, instandhouding van l
die industrie, daardoor niet wordt bereikt. i
Over de wüzigingen die, wordt de voorgestelde hervorming
der suikeeindustrie tot na den alloop der bestaande contracten
verdaagd, in die contracten zelve vereischt worden, wenschen wü `
v thans niet te spreken: alleen wüzen wä er op -·­ en de memorie van Q
toelichting levert daarvoor het krachtigste betoog ­­ dat opoffering i
van een deel van de baten der schatkist zal noodig zün.
Op deze periode van overgang, in het algemeen op den toestand van
de besproken industrie zullen wij weldra in een meer uitvoerig
verslag terug komen. ‘
VV@ hebben ons gehaast deze beschouwingen, de ingediende
ontwerpwet betreffende, aan Uwe Exoell. voor te dragen, op-
dat die bn de overweging van dat ontwerp in aanmerking
zouden kunnen worden genomen, Uwe Exeell. mitsdien eerbiedig
verzoekende die ter kennisse van het Opperbestuur te willen
brengen
SAMARANG, 7 Maart 1866.