HomeBrieven van een' jurist aan een' bureaucraat over regterlijke organisatiePagina 8

JPEG (Deze pagina), 608.39 KB

TIFF (Deze pagina), 6.31 MB

PDF (Volledig document), 46.39 MB

t
`Q
...... n, Februarij 1852.
I.
Waarde Vriend!
Nadat ik uwe, mü aangename, letteren van den .... ont-
ving ten geleide van al de tusschen de Regering en Tweede
Kamer gewisselde stukken over·de nieuwe älegtcrlüke Or-
ganisatie, verlangde ik met smart naar een paar dagen
rust om aan uw verlangen te voldoen, en mij te zetten tot
de mededeeling van ingu gevoelen over die helangrüke zaak.
De eene beslommering na de andere, nu eens eigene be-
langen, dan die van clienten, hielden mij daarvan terug.
weet ook wel dat ik eenigzins aan het gebrek van pro-
erastinatie laboreer, de karakteristieke kwaal van ons val;.
Netbegrijp ik evenwel, mijn antwoord niet langer te mogen
uitstellen; want, is eenmaal het lieve voorjaar daar, dan
valt hier buiten zóóveel te bezorgen en na te loopen, dat
er van liethebberüwerk niet in kan komen; daarenboven
liep ik, bij langer uitstel, groot gevaar dat mijne epis-
l tels niet eens zoudt willen lezen. U in den Haag toch
wordt winter en zomer gepleegd en gezwoegrl om de sta-
pels paperassen , die zich voor onze wakkere Volksvertegerr
j woordigers ophoopen, te kunnen opruimen. Tot nog toe
is het een werk als van Sisyphus; maar het gaat toch on-
vermoeid voort; zoo kan het ligt gebeuren, dat ook deze l
stapel van de Begterlijke Organisatie, eer wij het vermoed-
den, van de tafelen onzer overladene Tweede Kamer werd j
vveggeruimd, hetzij door aan het ontwerp haar zegel te
hechten, of door het in het stof der Griftie eene plaats onder j
’ l

t
t