HomeBrieven van een' jurist aan een' bureaucraat over regterlijke organisatiePagina 57

JPEG (Deze pagina), 710.69 KB

TIFF (Deze pagina), 6.45 MB

PDF (Volledig document), 46.39 MB

48
zoo ver men weet, omtrent ter dood gebragten. Het is
bijna onmogelijk, dat de leden van deze Commissie er niet
eenige weten. ~ In België heeft, acht jaren geleden, de l
zaak van de onschuldig ter dood veroordeelden Bonne en
Geefs, gelukkig met het tuchthuis begenadigd, en later
vrijgesproken, genoeg gerucht gemaakt. - Jaa, ik ga ver-
der; onder de vermaarde strafzaken, de zoogenoemde cau-
ses 0e'le71r0s, waarin ernstige moeijelijkheid was in het vin-
den van schuld of onschuld, is er bijna geene of, bij het -
nalezen harer geschiedenis, bekruipt ons de vvensch, dat
in appel of revisie ware behandeld om deze of gene
omstandigheid tot volkomen klaarheid te brengen.
Denk slechts aan het proces Lafarge; hoe zoude men
vvenschen , dat eene nieuwe behandeling der zaak, de volle
en geheele waarheid had in ’t licht gesteld omtrent den
getuige Clavet, den knecht Denis, en de arsenikproef van
Baspail; dingen, die in 1840 de aandacht van het geheele
I courantenlezende Europa boeiden.
’t Is waar, men heeft het middel van cassatie; en het
is meermalen gebeurd, dat een arrest gecasseerd, de zaak
naar een ander Hof verwezen en dáár eene andere beslis-
sing gevallen is, dan bij het eerste Hof. - Volkomen
juist; ook dit is in Nederland meer dan eens gebeurd.
Maar is dit niet juist een bewüs te meer voor de nuttig-
heid van het appel in strafzaken? Cassatie met renvooi,
en dus wegens gebrek in den vorm, is, zoo als de Heer
de Jonge aanmerkt, altüd een toevallig en onze/car mid-
del. Er bestaat tusschen den grond van cassatie, waarop
renvooi wordt verleend, en de eigenlijke grief van den
veroordeelde, die cassatie vraagt, gewoonlijk niet het
allerminste verband. B.v. in eene groote strafzaak beweert
een beschuldigde een alibi en brengt getuigen ci deb/iarge
tot staving daarvan; de regter hecht geen geloof aan hunne
verklaringen en verklaart hem schuldig op wettig bewezene
aanwijzingen. De beschuldigde beweert hierdoor veronge-