HomeBrieven van een' jurist aan een' bureaucraat over regterlijke organisatiePagina 56

JPEG (Deze pagina), 736.04 KB

TIFF (Deze pagina), 6.56 MB

PDF (Volledig document), 46.39 MB

47
‘ jammer zijn, zoo wij nu weder voor de derde maal (eens in
1827, eens in 1835) de kostelijke gelegenheid lieten voor-
bijgaan om in dien geest onze wetgeving te verbeteren, _
thans uit een overdreven afsehrik van Geregtshoven, en
om het stelsel van één algemeen Hof van appel door te
drüven, even als vroeger uit eene overdrevene begeerte
naar 18 of 11 Geregtshoven.
Ik ben U nu het bewijs nog schuldig, dat de onder-
, - vinding de toelating van het appel in zware strafzaken
aanbeveelt. Denk niet, dat ik zal wederleggen de naieve
loftuiting, die de meerderheid der Commissie aan de geza-
menlijke Hoven van assises, en provinciale lloven in Ne-
derland toebrengt: >> Sedert 1813 is de beregting van zware
>> strafzaken in ons Vaderland in het eerste en laatste res-
>> sort tevens, aan dezelfde collegiën opgedragen geweest.
>> Noch van de zijde der rnaatschappelüke orde, noch van
>> die der waarborgen, waarop beschuldigden aanspraak beb-
>>ben, is die instelling met grond bestreden geworden, en
>>er moeten dus overwegende redenen worden bijgebragt
» om te verwerpen hetgeen door de ondervinding van een
>> aantal jaren werd gei_jkt.°’ ­- Even als die over de voor-
i trelïelükheid van het voormalige HoogGeregtshof, hebben
wij hier weder eene stelling, die net zoo min bewüsbaar
als wederlegbaar is. Het is natuurlijk onmogelijk te on-
derzoeken of men reden had, zich over de duizende fei-
telijke beslissingen van al die Hoven te beklagen, in een
tüd, dat niemand zich daarover beklagen kon.
Maar dat de openlüke en mondelinge behandeling van
strafzaken, na voorafgaande instructie, de aanleiding niet
wegneemt tot noodlottige gereregtelijke dwalingen, dat is
wel bewijsbaar. De naam van Lesurques , de meestbekende,
staat daar als een eeuwig gedenkteeken van de ergste soort
van dwaling, de terdoodveroordeeling van een' onschul-
dige. Er zün meer zulke dwalingen geweest; er zün er r
ook enkele bekend geworden in Nederland, schoon niet