HomeBrieven van een' jurist aan een' bureaucraat over regterlijke organisatiePagina 46

JPEG (Deze pagina), 739.75 KB

TIFF (Deze pagina), 6.57 MB

PDF (Volledig document), 46.39 MB

t t
37 j
ben, zijne zaak door een’ ander advocaat, alleen of met den t
advooaat~procureur te laten, bepleiten, maar dat dubbele
ministerie moet dan nooit op kosten van ongelük komen. v
‘ Ongeveer op die manier is het proces voor het Belgische j
Hof van cassatie geregeld bü de wet van 4 Augustus 1832
Art. 31, en men bevindt zich daarbij wel.
Een tweede argument van de Commissie is eene lofrede t
op het voormalige Iloog Geregtshof te ’s Gravenhage. --
Wias dat niet een achtbaar collegie? Maakte het geene voor-
treffelijke arresten? - ’t Spreekt van zelf dat de Minis-
ter daarop niet anders kan antwoorden dan: wel zeker, ik
ben dit volkomen met U eens! ­- De Commissie wist dat
ook wel; de herinneringen van menig practizün zouden
misschien kleine dissonanten in dat loflied kunnen bren-
gen; maar om bmw zal men daarvan ophalen?
Het derde argument der Commissie is fijner gesponnen.
Zij zegt: de ondervinding leert dat de cassatie niet aan ’t
oogmerk voldoet; want de Hooge Raad heeft meermalen
cassatie geweigerd van arresten en vonnissen , waarvan bleek
dat niet met het regt verstand der wet overeenkwamen,
en in zeer vele zaken wordt door den verweerder beweerd,
dat er, zoo al een mal j/Lage', dan toch geen wetschennis
bestaat, en daarop eene exceptieve verdediging gegrond.
De Minister heeft hierop zeer judieieus aangemerkt: dat
j die exeeptieve verdediging, hetzij gegrond of ongegrond,
geen invloed heeft op de procesorde, daar zg toch altüd
i tegelijk met de verwering ten principale moet worden voor-
gedragen en dus nooit tot een tusschengeschil aanleiding
j geeft, - Wat blijft er dan over van de aanmerking der
Commissie? Eene kritiek op enkele door haar bedoelde ar-
resten der civiele kamer van den Hoogen Raad. Deze kan
i juist z n, en dan is zij eene bijdrage te meer tot de vele
bewijzen van menschelijke zwakheid en feilbaarheid, spgt
· de beste instellingen, maar bewgst niets tegen de instelling
zelve! Het onderscheid tusschen mal juge’ en schending
?

3 .
j l