HomeBrieven van een' jurist aan een' bureaucraat over regterlijke organisatiePagina 38

JPEG (Deze pagina), 704.06 KB

TIFF (Deze pagina), 6.59 MB

PDF (Volledig document), 46.39 MB

r
l
i
TE 29
j na verloop van eenigen tijd, weder tot in cassatie wordt
gebragt; maar dit geschiedt dan meestal met eenige ge~
i gronde verwachting om door het aanvoeren van nieuwe j
redenen van beslissing te bewerken, wat wij een revzre- J
L ment de jm·t`.s‘prtzde22c0 noemen. · j
, ` Mislnkt die poging, dan is de waarschuwing volkomen,
ir ` en niet zonder vermetelheid zal de 'ustitiabele zich s oe- i
P
j dig weder aan soortgeljjke vordering wagen; gelukt zij, j
dan berust gewoonlijk de nieuwe beslissing op stevige gron­ i
' den, en strekt de erkentenis van de oude dwaling tot be­
` vordering van de waarheid en wetskennis. ‘ t
Maar is nu tot dit einde juist appel en cassatie te za- i
j men bevorderlijk? - lk geloof in verband met onzen maat-
; schappelijken en wetenschappelijkcn (of deels onwetenschap-
pelijken) toestand, ja. -- De schoone wetenschap van het
regt heeft in hare beoefening twee magtige inconveniënten,
die zij nooit geheel kan ontgaan, maar waartegen zij ge-
ï durig moet kampen.
j Het eerste is, dat iedere fout of dwaling van hem, die
i het regt moet toepassen , een dadelük en dikwijls een on-
i herstelbaar nadeel aan een° of meer zijner rnedemenschen l
1 J j
i toebrengt. ­­- ln de medische wetenscliaa is die eioenscha
j U l. U
· ? nog gevaarlüker en noodlottiger; in andere, als de theo~
.i~ logie, de wijsbegeerte, de wiskunde, brengt eene dwaling
j eerst bg verwijderde gevolgtrekking schade voort. Vandaar
j dat in alle wetgevineen uit gevoel van billijkheid en voor-
j 0 0 U .1
j zorg is toegestaan aan den genen , die zich door regterlijke
dwaling gekrenkt acht, dat hij een nieuw onderzoek van
eene lioogere of meer talrijke regterljke autoriteit kan in-
ï roepen. In den vorm wijzigde zich dit regt naar den geest
der eeuw; den oude llozneinen was de protmola`0 een
beroep op het souvereine volk of later op den oppermag-
tigen Caesar; in den tgd van het leen- en vuistregt riep
de verliezende partü den regter zelven op (het eigenlüke
appel ol deïi) om voor den Leenheer en Suzerein zijn vonnis
r
o i .~..--ia_