HomeBrieven van een' jurist aan een' bureaucraat over regterlijke organisatiePagina 33

JPEG (Deze pagina), 687.22 KB

TIFF (Deze pagina), 6.54 MB

PDF (Volledig document), 46.39 MB

l
P
‘ 24
j van gelijkheid en wederkeerig of liever afwisselend appel
tusschen de L‘)`Z·btH2(l?l$ de clistrïe!. -- Over de raadzaam-
heid spreek ik nu niet, maar zulk eene inrigting zoude
‘ niets ongrondwettigs hebben.
Maar ik ga verder, en wil u in Art. 163 lid 2 doen
opmerken de woorden: de v·egll1cmkes·t een eersten acmleg,
A VVaarom gebruikte de Grondwetgever deze benaming, daar
toch die van A1·ro2zd2'sseme21!s­I€eglba72L‘e7z reeds door een
i tienjarig gebruik was gegkt geworden? Hoogstwaarschijn-
lijk om te kennen te geven, dat van de vonnissen der ·
gewone reglbanken in den regel hooger beroep moet zijn,
‘i een hooger beroep , opgedragen hetzij aan de Geregtshoven l
g of aan andere regtbanken, althans aan de gewone_jurisdie·­
tie, afgescheiden van het toezigt en het daaruit voortvloei­ i
jrnde reg; mn ’l`€’7‘7l‘Z·6’E’?·g?.7Ig of casea/c`e in Art. 162 ver-
jl meld. -­ ’t Zonde letterkneeliterij zijn, uit de woorden: `
j een eersten aanleg te willen afleiden, dat de regtbanken j
ook over alle bagatekzaken al charge Meppel zouden moe- i
i ten ocrdeelen; integendeel kunnen bg uitzondering over
· eenige in ’t hoogste ressort beslissen; maar is ’t niet wat
sterk om hun alle sh·af;al·en zonder onderscheid in ’t hoog- ­ f
L ste ressort op te dragen, zoo als de Commissie wil? - l
i iäeem, zoo verkiest, dit laatste voor eene gissing, en I
dat omtrent het appel in strafzaken niets uit de Grondwet `°
te leeren valt.-- Omtrent de bestemming van den Hoogen
llaad hoop ik U overtuigd te hebben, dat de Commissie
i in dwaling verkeert. ln alle geval vergenoeg U voor he-
den met deze mijne napluizing der Grondwetsartikelen over
l ons onderwerp.
IV.
VVij komen nu tot:
b. het belang der _justitiabelen, waarbü ik het in mijn
vorïgen betoogde omtrent de voorschriften der Grondwet
¥ a