HomeBrieven van een' jurist aan een' bureaucraat over regterlijke organisatiePagina 27

JPEG (Deze pagina), 756.99 KB

TIFF (Deze pagina), 6.57 MB

PDF (Volledig document), 46.39 MB

l
Y
~ 18
_ leden en ambtenaren; tevens (en dit is hem bäzonder eigen)
voor die van alle andere regtscollegiën ; door middel van aan-
schrüving, waarschuwing en eindelijk afzetting bij regterlä/ce
nitspraal: , welke Art. 163 lid 2 mogelük stelt. - Het aan-
hangige ontwerp heeft dit punt onverbeterlijk uitgewerkt.
' Passief: 1°. het beslissen van conflicten van attributie,
U geschillen over competentie en oversclirüding van regts-
magt, welke voor den Hoogen Raad uit den aard züner
U functiën moeten worden gebragt bij de wet op de reg­
terlüke organisatie, terwijl tevens moet gezorgd worden,
dat nooit een conflict tusschen den Hoogen llaad en een
· ander regtscollegie kan ontstaan , zoo als onder onze tegen-
woordige wetgeving nog wel denkbaar is. Het zal afhan-
gen van de aanneming en verdere uitwerking van art. 1
lid 3, art. 73 en 95 van het Ontwerp, of dit in de
nieuwe wetgeving zal worden vermeden.
20. het vernietigen van vonnissen of andere acten, waar-
over partijen of het publiek ministerie zich beklagen, als
in strijd met de wet. Dit attribuut van den Hoogen Raad
is omschreven in Art. 162 lid 2: >>HQ kan hunne hande-
>>li`ngen, besciiz`l·l·z'i2gen en vonnissen, wanneer die met de
mvetten Sll'l;]·(l‘I·g syn , eernietigen en buiten wer/t·2`ng stellen ,
>>v:0l_qens de bepaling door de u·etdaa1·onztrent te nmlcen."
`Wlaarom juist: met de wetten str{;`d1`g? en niet met de
regtz:aa1·dz`glie2`tZ of met de n·am·/zetel st7r·Q'cl1`g? Aan U zal ik
dit wel niet behoeven uit te leggen. hebt U slechts
E voor den geest te roepen, dat onder de sedert 1795 in
ons Staatsregt opgenomen beginselen behoort, al het vige-
i rende regt op te nemen in eene beschrevene wetgeving, `
afgekondigd en in de landtaal verkrggbaar; dat het bezit
en behoud dezer ééne beschrevene wetgeving voor het
U geheele land (statizte-law, die elders slechts een deel des
regts is) door al onze grondwetgevers, in navolging der
eerste Fransche eonstituante, als een pctlladiuin der reg-
ten van den mensch en burger is beschouwd; dat de
a` lj