HomeBrieven van een' jurist aan een' bureaucraat over regterlijke organisatiePagina 20

JPEG (Deze pagina), 751.73 KB

TIFF (Deze pagina), 6.57 MB

PDF (Volledig document), 46.39 MB

'
l
13 ik
de regterlijke instellingen, als voor de procedure, het po-
litiek en administratief regt heeft zü eenige hoofdpunten
vastgesteld, die het maken van onderscheidene hervor-
mings-plannen niet altüd genoeg zijn in ’t oog gehouden. `
Van dien aard is Art. 149: >>De reg!erlQ`/ce magt wordt
>>oZlee»n uitgeoefeml door Reglers wel/te de ruwe! aamo{jst.”
Ik kom er gaarne voor uit, dat ik daarin een formeel ver-
bod lees van de invoering der jury, en dus elke beraad-
slaging over dat onderwerp als overbodig beschouw. Versta
» mij echter wel; ik beweer niet dat het artikel zijn histo­ i
W rischen grond heeft in een° afkeer van die instelling, dat
‘ het om, de jerry zoude zijn geschreven; maar wel, dat het
g in zijne algemeenheid ook de jury verbiedt. In de grond-
= wetten van 1814 (Art. 101) en 1815 (Art. 166) luidde
het: >>De regterlijke magt wordt alleen geoefend door
regtbanken, welke of ten gevolge dezer grondwet wor-
` den ingesteld.” Het doel was: een waarborg te geven
i tegen de jugezrzens per COI)l77lI‘$ó'(ll.7"0.5‘, dat wapen der ti-
rannij , meermalen door Napoleon onder verschillende namen 4
A gebruikt; ook tegen de inbreuken der administratieve magt
op de regterlijke. Dacht men ook toen reeds aan uitslui­ (
ting der jury? °t Blükt niet uitdrukkelük; maar toch, de
regtspraak met gezworenen was tot December 1813in ons
land, tot September 1814 in Zuid Nederland in zwang ge­
weest; dus nog zeer kortelings; de toenmalige Regering,
die de Grondwet voordroeg, was ongunstig jegens die in- .
stelling gestemd; en het is dus meer dan waarschijnlük , i
dat de grondwetgevers van 1814 en 1815 door het woord `
lïeglbmzkerr, vaste regts-collegiën hebben verstaan , ook in
tegenstelling van gezworene burgers; althans dat op- `
zettelijk geene uitzondering ten behoeve der jury hebben
willen maken, zoo als in Art. 65 van het Fransche Char-
_ ter van 1814 te lezen is. j
De grondwet van 1815 had niet verhinderd dat, in
’t gevolg der Besluitemregering, het ongelukkige con1lie­
l
`
1
l
1
l