HomeBrieven van een' jurist aan een' bureaucraat over regterlijke organisatiePagina 17

JPEG (Deze pagina), 678.85 KB

TIFF (Deze pagina), 6.57 MB

PDF (Volledig document), 46.39 MB

l
10
j vincialismus te vermoeden in een ligehaam als onze Eerste
Kamer, is dus even zoomin haar te belecdigen, als het
voor sommige Staatsmannen of ·u‘0uId­bestaatsmannen cene
beleediging mag hecten, ?­Hl·bC’)"(!(Iti of .S'(’l‘l‘1·(’ó genoemd te
worden; er zijn er die dit als een compliment zullen aan-
i merken.
i Evenwel verheugt het mij, dat de Minister van zijn°
schroom is teruggekomen, en ook de aanvullingswet heeft
t gereed gemaakt en aan den Raad van State onderworpen,
ten minste indien het doel is, dat de leden van beide ·
Kamers der Staten-Generaal nog vóór de beraadslaging
R over het hooidontwerp, kennis zullen hebben van de
inzigten der Regering omtrent de vragen van uitvoering.
De zamcnstelling en inrigting der regterlüke magt is een
werk van zóó groot algemeen belang èn voor de regtsbe-
seherming , die het doel van den Staat is, en voor de schat-
kist, dat daaromtrent het meest ampele onderzoek en ge-
meen overleg tussehen de Regering en de Kamers wel.kom R
moet zgn, en niets verrassing moet schijnen opgedron-
gen te worden , omdat men niet meer terug kan komen
op het bereids aangenomene; ook moet de Regering ver~
trouwen stellen in de deugd van haar systeem, zóó veel
vertrouwen, dat op eene aanzienlijke, welovertuigde
meerderheid durve rekenen en zells het appoint der pro-
vinciale en plaatselijke belangen het cijfer der eigenlijke
oppositie tegen de zaken zelve niet behoeve te vreezen. -
Ik zou het betreugen zoo de eene ol` andere regterlüke
l organisatie met een paar stemmen meerderheid werd door-
gedreven: nog meer, zoo de regtsgeleerde sommiteiten in
de Kamers tot de tegenstemmenden behoorden, zoo als met
de wetten van 1827 en 1835 het geval was.
Eene organieke wet in twee gedeelten, maar zóó , dat de
Kamers het tweede, partiknliere, kennen, wanneer zg het _
eerste, algemeene, beoordeelen, komt, dunkt mg , geheel
te gemoet aan het eerste bezwaar der Commissie.
‘l<__ __ A ___f p ,