HomeBrieven van een' jurist aan een' bureaucraat over regterlijke organisatiePagina 11

JPEG (Deze pagina), 743.59 KB

TIFF (Deze pagina), 6.54 MB

PDF (Volledig document), 46.39 MB

i
4
dig voor het land is. Niet iedere personeele oppositie is
eene portefeuille-_jagt. Gedurende Uw 30_jarigen dienst-
tijd ging die groote brieventasch reeds zóó dikwüls van
de eene in de andere hand, en altijd verwachtte men,
dat de volgende bezitter daaruit betere dingen zoude te voor-
schijn brengen dan de vorige. Al ware het dus om die
brieventaseh te doen, dan nog komt het alleen op goede
trouw aan. Ik kan mij daarom best verbeelden dat Uwe
vijf llapporteurs, om eene groene tafel gezeten, ernstig de
hoofden bij elkander hebben gestoken, eens opgesomd wat
al zoo van het departement van Justitie gevorderd kan
worden: het Strafwetboek, de militaire wetboeken, de
wetten op de koopvaardij, de regterlijke organisatie, de
veranderingen in de andere wetboeken, die daaruit voort-
vloeijeu, de herziening der tarieven, de polieiewet, delict-
vorming van al de gevangenissen des rijks, en dit alles,
bezuiniging, veel bezuiniging, en vermindering van ambte-
naren; en dat toen, uit liefde voorde zaak, tot de slot-
som zijn gekomen; >> van dat alles gafde Minister N. v. B.
>>ons tot nog toe niets of zeer weinig; wij moeten dus
>> zien liet daarheen te wenden dat een ander in zijne plaats
>> kome, die meer af doe.” -- ’t Laat zich ook wel hoo-
ren. ~-- Indien het zóó gebeurd mogt zijn, geloofik even-
wel dat die llieeren (te goeder trouw) erg hebben gedwaald. i
Het doet er, dunkt mg , voor het algemeen belang , weinig
toe ofde tegenwoordige Minister meer had kunnen en moeten
uitrigten, dan hg gedaan heeft; of de wetten die hij dan toch l
tot stand gebragtheeft, en het door hem geheel op touw gezette j
en tot zekere volkoxnenheid gebragte werk der geregtelijke
statistiek, voor niets moeten worden gerekend; of ook de
extra bezigheden uit het bezuinigde Ministerie van Eeredienst
veortvloeijende, niet als 2‘er;ric,’i!e22rZe omszwzrlig/zeclen mogen E
gelden ; het komt er alleen maar op aan, of men er win-
nen zoude , hem thans een opvolger te geven. En dit is zeker
het geval niet. De Commissie kent waarschijnlijk wel men-
l