HomeBrieven van een' jurist aan een' bureaucraat over regterlijke organisatiePagina 10

JPEG (Deze pagina), 738.76 KB

TIFF (Deze pagina), 6.54 MB

PDF (Volledig document), 46.39 MB

1
3
lievende oppositie; wel! het zoude mij niet verwonderen
(om bij ons onderwerp te blijven,) zoo er onder onze li-
be’re1m; du lerzdemazïn waren , die in het binnenste van hun
hart dc oudvaderlijke pijnbank nog wel zouden terugwenschen.
Maar waarlük , dat kunnen de instellingen niet helpen; noch
aan verkiezingstelsel noch aan reglementen is dit te whten;
evenmin als dat anderen onder de laatstaangekomenen al te
hard vooruit `willen; dáárom moet gü ons parlementaire
leven niet veroordeelen; integendeel, vergelijk het liever
in zün inwendigen loop en werking met dat van Enge-
land, van België, van Frankrijk, (in den tijd , toen dáár
de parlementaire magt nog in hare {leur was) en zult
U mogen verblijden over de weinige misbruiken en aldwa-
lingen, die ons plaats hebben , en de gemoedelijkheid ,
waarmede onzen Vertegenwoordigers en Staatsdienaars we-
zenlijk de meeste zaken behandelen. Iets imensehelijks
moet en zal er altoos onderloopen.
Ja, moogt mg optimist schelden, toch neem ik
hiervan niets terug, al bleek het mü (per rYmp0s.s‘z`ble) dat
Gij gelijk hebt in het vermoeden door U uitgedrukt , als
zou de ijver van de Commissie , om het voorstel derliegering
niet te amenderen, maar te verwerpen, aan de min edele
begeerte zijn toe te schrijven om eene portefeuille ten be-
1 hoeve van ­-­? vacant te maken; en haar aandrang om
den Hoogen liaad toeh vooral tet éénig Hof van appel te
maken , een strijd zijn voor de haardsteden en altaren der
Haagsche praetijk.
Gü z§t op beide punten waarlijk te ergdenkend. Ik
` zal niet tegenspreken, dat de vüf Heeren llapportenrs ge-
l noeg ondervinding van publieke zaken hebben, om te weten *
dat de aanneming van hunne eonelnsiën door den Tweede
2 Kamer de aitreding van den tegenwoordigen Mitiiister van
j Justitie moet en zal na zich slepen. Maar (liet belge U niet,
ï als ministerieel ambtenaar dit te lezen) het kan toeh zijn , dat
f zij in gemoede rneenen, dat die aftreding nuttig en noo­ Q

l