HomeDecentralisatiepolitiek in Ned.-IndiëPagina 41

JPEG (Deze pagina), 785.20 KB

TIFF (Deze pagina), 7.65 MB

PDF (Volledig document), 36.06 MB

ïä
iii
ll
jl 39
l uitgaat van het gebouw der hooge overheid, is en blijft
wat zij zijn moet wanneer men er mee afdaalt naar den
beganen grond en niet schroomt haar voor dagelijksch
gebruik om te zetten in een soort verrichtingen, slechts
f` weinig verwijderd van politiewacht. Sterker bewijs van
[ zwakte is schier ondenkbaar.
i De leden-landsdienaren behooren in den raad niet op
l te treden als ceremoniemeesters der regeering, maar deze
zelve is er op aangewezen haar eigen prestige, al dan
j niet middels haar gewestelijken vertegenwoordiger, te
j handhaven, indien zij dit noodig acht, bij het locaal
l beschik in zijn geheel.
Het zou evenwel wijzen op gezonder organisatiestijl
als men besluiten kon de smakelooze idylle, ,,zedelijk
overwicht", in de zelfbesturende gemeente overigens
j volkomen buiten het kader vallende, van het program
· af te voeren of slechts daar in eere te houden waar het
i te doen is om waardigheid en wijs beraad in de gedrags-
f lijnen der oppertoezichtelijke politiek.
lj En voorts een andere, belangrijker zaak.
, De verhouding der gemeentelijke besturen tot het
i` gouvernement brengt, in het licht der Nederlandsche
Y; wetgeving, van zelf de vraag ter sprake of ook andere
jy staatsonderdeelen, inzonderheid gewesten, op eigen beenen
moeten komen te staan.
Er is een tusschengezag noodig dat, los van het
r. centrale, deels opwaarts adviseerend, deels in hoogste
r of in eerste instantie toezicht oefent op de plaatselijke
machten, wier vermogens- en burgerrechterlijke handelingen
en begrootingen het heeft goed te keuren, wier belasting-
lp heffingen het ter sanctie voordraagt, een en ander naar
er het voorbeeld der provinciale wet, van wier overige