HomeDecentralisatiepolitiek in Ned.-IndiëPagina 29

JPEG (Deze pagina), 773.27 KB

TIFF (Deze pagina), 7.64 MB

PDF (Volledig document), 36.06 MB

27
uit te maken of zij als Europeesche leden ,,hoog genoeg
staan om, waar er strijd is tusschen de belangen der
verschillende groepen van ingezetenen, onbevangen te
oordeelen en niet uitsluitend of in te groote mate bedacht
zijn op de belangen der Europeanen"; waarin zij meer
geduld zijn dan gewenscht en à priori gewantrouwd;
waarin het krachtens hun recht van initiatief en amende-
ment te berde gebrachte al een kiem van ontbinding
draagt door de praerogatieven van het ambtelijk element,
dat te waken heeft hetzij dan voor de belangen der niet-
Europeanen, hetzij voor ,,het zedelijk overwicht der Indische
Regeering, hetwelk niet aan ondermijning mag worden
blootgesteld”, overwicht van het gouvernement, dat de
macht heeft hen, behoudens enkele formaliteiten, te ontslaan
uit het lidmaatschap wegens ,,overtreding, wangedrag,
onzedelijkheid, voortdurende achteloosheid in de waar-
neming der betrekking of aanhoudende ziekte, veroor-
deeling wegens misdrijf tot vrijheidsstraf of de dood-
straf" . . . enz.!
' Zou men meenen dat zij, die de minister op het oog
heeft, inderdaad hunne eigenliefde zullen afschudden en
goedsmoeds zich wagen op een terrein, bij uitstek om-
ploegd door kleinheid en kuiperij, in een land waar de
intrige conventioneel is en de virtuositeit om aan de
regeering opzienbarende en infameerende decreten te
ontlokken even onnavolgbaar als de macht dezer laatste
- onbepaald?
Geloove wie het wil, maar wie den catechismus der
Indische samenleving van nabij kent, zal beamen dat
waarlijk geschikten hun karakter en hun tijd niet zullen
offeren aan de openbare zaak, zoolang deze blijft onder
de insignia onzer tropische maatschappelijkheid.