HomeDecentralisatiepolitiek in Ned.-IndiëPagina 23

JPEG (Deze pagina), 830.32 KB

TIFF (Deze pagina), 7.69 MB

PDF (Volledig document), 36.06 MB

ii
21
gansche decentralisatie ten slotte afhankelijk is van den
wil en de wisselende inzichten van de opvolgende
gouverneurs-generaal, heeft de aan de raden toegedachte
ll macht al weinig meer om het lijf; hoe deze ook worde
uitgebreid op het papier, in de praktijk zal zij in de lucht
komen te hangen, omdat ze in het gewest en zijn onder-
deel de volle centrale bewindsuitoefening, als intact
gebleven, naast en boven zich te dulden heeft. De
woorden in het ge lid ,,onder toezicht van den Gouverneur-
· Generaal" roepen met betrekking tot ’s raads handelingen
een negatieve controle in 't leven, maar sluiten de positieve
bevoegdheid van het gouvernement geenszins uit, en waar
een hoogere en een lagere macht concurreeren, staat
het zelfbestuur der lagere in het teeken van de doode letter.
Indien de terminologie van het Regeerings-Reglement
in het aangehaalde artikel 68ó lid 1, ,,ter behartiging en
regeling van aangelegenheden, die gewesten of gedeelten
van gewesten betreffende", op het voetspoor der grondwet r
werd veranderd in ,,aan de raden wordt de regeling en
het bestuur der huishouding van hun gebied overgelaten,"
eerst dan ware aan de ordonnantien een richting aan-
gewezen, uitgaande van autonomie, maar dan ware
tegelijkertijd het door den minister voorgestane stelsel
omgezet in een ander, dat hij klaarblijkelijk niet heeft
w gewenscht, maar dat in beginsel wèl zelfbestuur vaststelt.
Intusschen is ook het vleugje zelfstandigheid, dat, met
4 eenigen goeden wil, voor de nieuwe lichamen schijnt
{ ingeruimd, niet onaanvechtbaar geconstrueerd. Het meer-
gemelde gc lid toch onderscheidt wel raden voor gewesten
en die voor onderdeelen daarvan, maar scheert ze over
één kam waar het geldt de bevoegdheid, geeft geen
lijn aan voor hunne verhouding, verklaart evenmin hunne
in