HomeOok een woord voor behoud der aanbevelingen bij vacaturen in de regterlijke magtPagina 9

JPEG (Deze pagina), 656.12 KB

TIFF (Deze pagina), 7.11 MB

PDF (Volledig document), 34.54 MB

l
minister, die na eene betrekkelijk langdurige loopbaan,
regtstrceks uit de magistratuur was gekomen; een minister, j
die met de behoeften van de collegiën en met het per-
soneel van de regterlijke magt was bekend; en een minister,
die het doen van goede benoemingen bijzonder ter harte nam. V
Onder den heer GODEFRO1 waren de aanbevelingen van j
de collegiën tot bevordering van goede benoemingen niet l
noodzakelijk.
Maar de toestanden zijn veranderd en de ondervinding
heeft geleerd, dat bij die verandering eene afschaiiing van
de aanbevelingen hoogst onraadzaam is te noemen.
Het worde vergund op die verandering van toe-
standen te wijzen. j
Het is zeker geen van de gelukkigste gevolgen van de 1
invoering van de Grondwet van 1848, dat zij eene zoo
· vermeerderde groeikracht heeft gegeven aan den partijgeest, J
E die voor Nederland zoo dikwerf de oorzaak van een te
laat opkomend berouw geweest is. Reeds dadelijk na
1848 zien wij met kracht de partijsehappen zich ontwik-
kelen; aanvankelijk was er ook op politiek terrein nog T
plaats voor hen, die het belang van den Staat vóór alles
stelden en die het goede aannamen en appreciëerden van
welke zijde het ook gegeven werd; maar meer en meer
trad het partijbelang op den voorgrond en men kan ge- l
rustelijk zeggen, sedert de laatste vijftien jaren werd het
zoo overheersehend, dat langzamerhand door hen, die er in
i waren betrokken, slechts één doel werd voor oogen ge-
houden, slechts naar de bereiking van óón oogmerk werd
getracht, naar het middel om hunne partij op het kussen j
j te houden of daarop te brengen. _ j
4 Men doet verkeerd aan ééne partij eene portefeuille- j
. N jagt ten laste te leggen, want alle partijen hetzelfde,
aan allen is het alleen te doen om hare rnagt te ver- 1
meerderen en uit te breiden. j
I