HomeOok een woord voor behoud der aanbevelingen bij vacaturen in de regterlijke magtPagina 40

JPEG (Deze pagina), 718.63 KB

TIFF (Deze pagina), 7.17 MB

PDF (Volledig document), 34.54 MB

1 l
t
i 36
Ii
W blik gevoelt, waarop hij zijne betrekking moet verlaten
en waarop hh voor sterker krachten plaats maken moet.
i. Men heeft zich ontzaggelhk veel van de werking van ii
` die tuchtwet voorgesteld; en welke resultaten heeft zh op-
I geleverd?
_ Sedert 1838 had men geene opruiming kunnen houden;
· sedert 1838 was het aantal van die onbruikbare regterlhke
ambtenaren steeds aangegroeid; men droeg het voor als
{ of de halve magistratuur door zicls­ of ligchaamsziekte
voor het regterambt ongeschikt was.
· En wat is er gebleken?
_ Parturiunt montes nascitur ridiculus mus.
Q De wet is toegepast op, naar ik meen, zes personen;
1 op een paar ambtenaren , die hunne ontzetting geen half
; jaar hebben overleefd; op een plaatsvervangend regter;
op _ een raadsheer, die bh de invoering van de Hovenwet
`i toch zou zijn uitgevallen, en op misschien 11og twee of
drie magistraten, die vermoedelijk een niet-bestaan
van de tuchtwet toch hun ontslag zouden hebben gevraagd.
j. Ziedaar nu den schoonmaak van dien Augiasstal, waar-
l aan sedert 1838 niets gedaan was!
Gaan wh over tot het bespreken van de derde oorzaak
i die ongunstig werkt op eene goede zamenstelling van de
r magistratuur en die in het plaatsvervangerscliap wordt
Q gevonden.
j Het verdient afkeuring, dat de Staat economiseert op
de betrekkingen en, ten einde aan een minder aantal ambte-
naren bezoldigingen uit te keeren , gratis de diensten
van plaatsvervangers vordert.
Het verdient afkeuring omdat de Staat tot zoodanige
eoonomiën zhn toevlugt niet moet nemen, maar het ver-
dient dubbel afkeuring , wanneer de Staat door het aan-
nemen van de gratis verleende diensten aan zich zelven i