HomeOok een woord voor behoud der aanbevelingen bij vacaturen in de regterlijke magtPagina 36

JPEG (Deze pagina), 705.83 KB

TIFF (Deze pagina), 7.15 MB

PDF (Volledig document), 34.54 MB

V W l

it
32 l
A minister , die bij de uitvoering van de Hovenwet en tevens
j bn het openvallen van praesidia van groote regtbanken, j
Z in den regel een ambtenaar van het Openbaar Ministerie M
met het voorzitterschap van een collegie of van eene kamer t
heeft bekleed, daardoor getoond heeft, noch de behoeften t
. van de collegiën , noch de geschiktheid van de verschil- *
t lende ambtenaren te kennen? Q
i Men wane niet, dat het bovenstaande een aanval bevat
op het Openbaar Ministerie en nog veel min een aanval
op die leden van het parket, die in den laatsten tijd als
` voorzitters van collegiën of van kamers in de regterlijke
Q magt zün opgetreden.
nl Want ik erken een verschil van roeping tusschen het
°, Openbaar Ministerie en de regtsprekende magistratuur; ik
l verlang niet te onderzoeken, welke van de beide roepingen Z
de zwaarste is en aan welke van de beide roepingen het
beste wordt voldaan; maar ik verlang alleen te doen uit- M
i komen, dat het juist met het oog op dat verschil van l
roeping wenschelük is, dat ieder op zijn eigen terrein blüft.
ja En wat de ambtenaren aangaat, die in den laatsten tijd
ty uit het Openbaar Ministerie komende tot voorzitters van
K collegiën of van kamers zijn benoemd, zij behoorcn
i toeval, met uitzondering van één, allen tot müne kennissen,
tot müne oude kennissen, ja zelfs ten deele tot müne
in oude vrienden, en wanneer het overigens een karaktertrek
i van was, om mg op het doen van persoonlüke aan-
_ vallen toe te leggen, dan zou ik aan dien karaktertrek
in geen geval toegeven ten opzigte van hen in wier be-
vordering en wier geluk ik nooit zonder belangstelling
ben geweest.
l Ik doe geen aanval op personen, maar ik bespreek een
beginsel.
Het zou mij misschien geene i moeite kosten aan te
l
j V;