HomeOok een woord voor behoud der aanbevelingen bij vacaturen in de regterlijke magtPagina 14

JPEG (Deze pagina), 728.94 KB

TIFF (Deze pagina), 7.13 MB

PDF (Volledig document), 34.54 MB

10 A
tüd de Akademie hebben verlaten; zij mogen geene betrek-
‘ king hebben op hen, die den tijd gehad hebben, na hun _
Akademieleven ten goede of ten kwade te veranderen, en
zü mogen vooral niet worden gevraagd ten opzigte van hen,
die eene eerste schrede in de magistratuur hebben gedaan,
en die regt hebben te worden beöordeeld naar de diensten, `
welke zij in die eerste betrekking hebben gepraesteerd. .i
En indien wij dan het Openbaar Ministerie voor het W
· geven van inlichtingen zien ter züde gesteld, en indien wij
de voorlichting van professoren beperkt zien tot eene beöor-
deeling van hen, die naar eene eerste betrekking dingen,
dan wordt de vraag gewettigd, van wien de minister dan
overigens de noodige intormatiën moet bekomen omtrent
. diegenen , die zich als sollicitanten voor hoogere betrekkingen
E voordoen? En dan wordt tevens de vraag geregtvaardigd, _
of hem die informatiën niet, zelfs meer dan hij verlangt,
door zijne politieke vrienden zullen worden verstrekt?
Mij dunkt hiermede is genoegzaam betoogd, dat ook W
het tweede vereisehte in de ministers van den tegenwoor-
digen tüd moet ontbreken.
Het blükt derhalve dat de verandering van toestanden
" heeft gemaakt dat hetgeen in 1861 kon worden toegejuicht, I
thans niet meer bruikbaar is; dat de ministers in den tegen-
woordigen tüd de vereischten niet kunnen bezitten, die
noodig zijn, om met gerustheid de benoemingen bij de
regterlijke magt aan hen over te laten; maar dan blnkt
het ook tevens dat het noodzakelük is, naar andere mid-
delen om te zien, waardoor de deugdelijkheid van die benoe-
mingen kan worden gewaarborgd.
Gaan wü na of zoodanig middel in de aanbevelingen
der collegiën wordt gevonden. F
Het eerste en niet het minste bezwaar tegen het opdra­ i
l
3