HomeOok een woord voor behoud der aanbevelingen bij vacaturen in de regterlijke magtPagina 10

JPEG (Deze pagina), 741.51 KB

TIFF (Deze pagina), 7.10 MB

PDF (Volledig document), 34.54 MB

6
Het is treurig, maar het is waarï
. Het behoeit naauwelijks vermelding, dat onder die om-
standigheden een minister, die geen partijman was, in de
Regering geheel zou zijn misplaatst.
En nu stel ik niet voor, dat eenig Hoofd van het g
Departement van Justitie bij het doen van benoemingen
zich steeds zal afvragen, of de candidaat liberaal of conser-
vatief is, maar dat neemt niet weg, dat de partäschappen
_ op de benoemingen invloed uitoefenen moeten.
De minister is in den tegenwoordigen tijd niet meer
zgn eigen meester; hü bestuurt niet znne eigene zaken;
indien ik de uitdrukking mogt bezigen, ik zou zeggen, de
minister is in den tegenwoordigen tüd de zetbaas van züne
j partij. Hij kan niet zelfstandig handelen, maar hij moet
doen, hetgeen zijne eollega’s en hetgeen züne partijge-
nooten in het belang van de partij nuttig achten.
` En nu is het volkomen waar, dat er voor iedere geïso-
leerde benoeming (met uitzondering van die tot het
lidmaatschap van den Hoogen Raad) geene vergaderingen
van de partijen worden gehouden; maar het is evenzeer
j waar, dat, indien de partij, die aan het bestuur is, wil
dat de benoemingen in het algemeen zooveel mogelük
. .in eene zekere rigting, hetzij op politiek, hetzü op gods-
dienstig gebied geschieden, dat dan de minister niet bij
magte is, zich aan dien invloed te onttrekken.
Doch behalve deze inwerking van de partüschappen op
de benoemingen in het algemeen, doen zich ook bij
de op zich zelve staande keuzen gevoelen.
lmmers in de eerste plaats is een minister, die, ik zeg
niet uit eigen verkiezing maar in het belang van züne
partä, gaarne zoo lang mogelük op het kussen blüft, wel
verpligt nu en dan een vriendschapsdienst te bewijzen, en
in de tweede plaats maken de partnschappen, die zich
x