HomeNog eens: De Koelie-Ordonnantie tot regeling van de rechtsverhouding tusschen werkgevers en werklieden in de residentie OostkustPagina 69

JPEG (Deze pagina), 748.25 KB

TIFF (Deze pagina), 7.64 MB

PDF (Volledig document), 72.43 MB

` `
)
g ,
i
ce
want de eene afwrjking van de wet leidt tot de andere, en maakt
het onmogelijk, altüd vast te stellen, waar dit onwettige gezag
moet eindigen, waar de ondernemer ophoudt gezag te hebben en
waar dit begint strafbare overschrüding van gezag te worden.
Dit onwettige, aan de Regeering bekende gezag, is de bron
i geweest van vele ongerechtigheden, en is dat soms nog. Wordt
dit echter gewettigd en beperkt, als hiervoren aangegeven, dan
vervalt tenminste dit eene groote bezwaar, en kan elke over
schrijding der gestelde perken vervolgd worden. En indien dan te
te gelük wordt bepaald, dat dit gezag aan de ondernemers kan
worden ontnomen, die daarvan misbruik maken, en hun verplich-
, tingen tegenover hun werklieden niet naar behooren nakomen, dan
r zou veel kwaad voorkomen, de verhouding tusschen werkgevers en
werknemers veel verbeterd worden, doordat het eigenbelang van
den ondernemer daarmede is gemoeid, want zonder dat gezag is
geen goed beheer der onderneming onder de tegenwoordige omstandig-
l heden mogelijk. l
Q Naar mijn vaste overtuiging zal de praktijk leeren, dat van die
bevoegdheid om ondernemers van dit gezag te ontheffen, zelden
l gebruik behoeft gemaakt te worden, want zg zullen aan eigen gezag _
boven dat van Gouvernementswege op de onderneming de voorkeur
blijven geven. In die weinige gevallen, zou dan door een geringe ’
i uitbreiding der politie-middelen het bestuur de handhaving van
] orde en rust op die ondernemingen kunnen in handen nemen, en
j voor de nakoming der wettelgke voorschriften zorgen.
Dat zou ik vermoedelük aan MR. van nnn BRAND hebben geant-
woord, indien hig op de vergadering van het Indisch Genootschap
over mijn conclusie in debat was getreden.
j Mün bewering, als zou het bestuur thans op elk gebied den
l