HomeNog eens: De Koelie-Ordonnantie tot regeling van de rechtsverhouding tusschen werkgevers en werklieden in de residentie OostkustPagina 35

JPEG (Deze pagina), 785.07 KB

TIFF (Deze pagina), 7.67 MB

PDF (Volledig document), 72.43 MB

behoorlijke statistiek van de ziekte- en sterfgevallen op de onder-
· nemingen werd ingevoerd. 1)
Intusschen werden de vaste loonen van de werklieden op bloeiende
ondernemingen geleidelijk verhoogd.
Toen ik dan ook kort voor mijn vertrek van de Oostkust ­- April
1899 - voor het laatst in Deli een inspectiereis deed, in het
bizonder om te onderzoeken, hoe het met de loonen stond, en of
een in overleg met het lnlandscli Bestuur gemaakte regeling ter
bevordering van de herbossching der afgeplante gronden doel had
getroffen, was mijn bevinding, dat alle werklieden bn de herbossching,
ook de pas aangeworvenen, een vast loon van $ 7 per maand kregen,
en over het algemeen de Javaansche werklieden - mannen en
vrouwen - hooger loon ontvingen dan het gecontracteerde.
Drie en een half jaar daarna, bezig zijnde aan mün lezing over è I _
de werking van de Koelie-ordonnantie, kreeg ik toevallig ook het ,,Soe-
rabayasch lf-Iandelsblad" van 9 Mei 1902 in handen, waarin het artikel
van het Kamerlid VAN Kor over de Oostkust van Sumatra voorkomt. i
Daaruit vernam ik voor het eerst, dat de Plantersvereeniging
eindelük de minimumloonen had bepaald op $ 7 voor een man en
S 4.50 voor een vrouw 9), en daarnaar informeerende bij mij bekende
1) Dit vond in 1896 plaats. In het artikel van het Kamerlid VAN Kon
over de Oostkust van Sumatra in het ,,Soerbayasch Handelsblad van 9
Hei 1892 staat: ,,Vreenid genoeg wordt een statistiek van de sterfte der
,,contractkoelies eerst gedurende de twee laatste jaren aangehouden? Dat
is een vergissing, vermoedelük daaraan te wijten, dat den eerstaanwezend
officier van Gezondheid, Chef van den civiel geneeskundigen dienst niet
om inlichtingen is gevraagd.
2) De kofiïeondernemingen worden wel niet vermeld, doch daar de
Vereeniging van Kofiieplanters in Serdang, wa.t de loonen betreft, zich
zooals zich trouwens begrijpen laat, in den regel houdt aan de regelingen
te dien aanzien van de Plantersvereeniging te Medan, meende ik, dat die
verhooging tegelijk ook voor de werklieden op de Koffieondernemingen
was ingevoerd, en dat meen ik nog, niettegenstaande het beweren van Mr. VAN
, DEN BRAND, dat die verhooging daar pas sedert 1 Januari 1903 bestaat.
l
l
Q