HomeDe practijk der koelie-ordonnantiePagina 67

JPEG (Deze pagina), 787.63 KB

TIFF (Deze pagina), 7.59 MB

PDF (Volledig document), 51.72 MB

l._ (35 _
handel betrokkenen vermeenden, dat de burgerlijke rechts-
pleging ter Oostkust van Sumatra geheel onvoldoende
i geregeld was. Wat de redenen en gronden dezer opinie
j betrof, werd verwezen naar de toelichting, terwijl gevraagd
. werd, dat het den Gouverneur­Generaal mocht behagen
Q te besluiten tot het oprichten oem. een Raad van Jusláiie te
l llfedcm, dan wel anclere mceatregelezz te trelfen, welke
Z.Exc. oirbaar zouden voorkomen, ten einde in een behoor-
l lg/ce regeling der bmgerlüke rec/ufsplegmg in de residentie
Oostkust van Sumatra te voorzien.
, . Zoo kort als het request was, zoo uitgebreid was de toe-
lichting. Deze was gedrukt en vormde een kleine brochure
{ van 36 bladzijden, welke acht dagen te voren aan de voor-
naamste kooplieden en belanghebbenden was rondgedeeld.
j Deze toelichting was een populair-juridische uiteenzetting
der gebreken der vigeerende burgerlijke rechtspleging in
, de residentie.
Een overzicht van deze toelichting te geven, zou te veel
O ruimte vergen en misschien minder in dit opstel op zijn
. plaats zijn. Toch wensch ik één zaak te releveeren, waar-
, uit ten duidelijkste blijkt, dat de kooplieden gegronde
reden tot klagen hebben. Hoe ongelooflijk het moge schijnen,
bestaat er geen mogelijkheid een niet-Europeesch koopman
in Deli failliet te doen verklaren, noch in staat van kenne-
lijk onvermogen. Dit komt doordat Sicacufsblad 1855 n°. 79,
g hetwelk het burgerlijk wetboek en dat van koophandel op
Vreemde Oosterlingen van toepassing verklaart, in de resi-
dentie Oostkust van Sumatra niet van kracht is. Dit brengt
tevens mede, dat er geen sprake van strafrechtelijke ver-
volging kan zijn voor feiten, welke anders zouden vallen
onder de misdrijven begaan bij gelegenheid van faillissement
of kennelijk onvermogen. Nu behoeft het wel geen betoog,
dat deze regeling - of liever gebrek aan regeling -- ten
gevolge heeft, dat vele vreemde Oosterlingen, vooral Chi- O
neezen, wier geweten op handelsgebied nog al ruim is, van
Q D