HomeDe practijk der koelie-ordonnantiePagina 45

JPEG (Deze pagina), 778.68 KB

TIFF (Deze pagina), 7.45 MB

PDF (Volledig document), 51.72 MB

r ' ë

I ­- 43 ­-
steelt, kan diefstal geen schande zijn. Maar blijft zij ook j
` daar geen misdaad voor God? ,
Zie, men heeft ter vergoelijking van de arbeidstoestanden l
in Nederlandsch-Indië vaak aangevoerd, dat men dergelijke
­ zaken niet met een Hollandsche bril 1noet bezien. Men heeft
gelijk gehad, doch op een andere wijze dan men bedoelde.
Men moet niet zien noch door een Hollandsche, noch door
een Indische, noch door een bril aan welke nationaliteit ook
eigen. Men moet de zaken bezien bij het licht van het ,
Evangelie. En wie dat doet, voelt een rilling van afschuw,
een huivering van weemoed, als hij ziet de verhoudingen,
welke in Deli bestaan; als hij denkt aan het leed, dat daar
j geleden werd en wordt.
l Maar - en ook dit zegt Gij zeer terecht in Ilw brief -
waarom heeft de Regeering dan dat alles toegelaten`?
Waaroin heeft zij een regeling gesanctionneerd, welke der- ‘
gelijke onmenschelijke toestanden niet alleen bestaanbaar,
doch met het oog op de natuur des menschen onvermijde-
lijk moest maken? Hiermede Mevrouw, hebt Gij den vinger
op de wonde gelegd. Op de vraag, wie op de eerste plaats
schuldig staat, kan het antwoord niet anders luiden dan: de
Indische Regeering. Niet deze Regeering, noch de tegenwoor-
dige Minister, zeer zeker niet. Welke persoon of personen de
schuldigen moeten geacht worden, valt moeilijk uit te maken.
En waarschijnlijk is het zelfs beter te spreken van dwaling
dan van schuld. Ten minste in den beginne. Laten wij hier-
omtrent niet verder onderzoeken en ieder overlaten zich te
verantwoorden voor zijn geweten en zijn God. Maar zeker l
" is het, dat de planters niet op de eerste plaats schuldig
zijn. De volgorde, naar den graad der schuld, is deze: De
Regeering, die de koelie-ordonnantie schiep en liet voortbe-
staan; dan het Bestuur van het gewest, dat niet luider en l
met meer klem zijn stem verhief tegen de werking der
ordonnantie en daarna pas, dus op de derde plaats,
de planters, die misbruik maakten van de hun zoo licht-
l
l