HomeDe practijk der koelie-ordonnantiePagina 42

JPEG (Deze pagina), 660.71 KB

TIFF (Deze pagina), 7.45 MB

PDF (Volledig document), 51.72 MB

. i
j l
li
V
.
ANTWOORD OP DEN BRIEF VAN EEN MOEDER.
_ Hooggecechie ll16?)7"0ZtZ().’
Zeer verheugd was ik Uw brief te mogen ontvangen,
_ . omdat uit den inhoud mij bleek dat door U mijn streven w
4, en doel begrepen en gewaardeerd worden. Maar ook ben
ik verblijd dat ik U gerust stellen kan. Gij vraagt mij of
i ik Uw zoon in Deli gekend heb, en of hij zich ook wel aan
ii ‘ handelingen heeft schuldig gemaakt, als waartegen ik, naar W-nk
jg Uw inzicht met recht, mijn stem heb verheven. Gij voegt
er onmiddellijk bij dat het U onmogelijk toeschijnt, dat
Qi ‘> Uw zoon zóó diep zou zijn gevallen, zóó ver zou zijn afge- E
/ dwaald van den weg der menschelijkheid. Gij kunt, gij wilt '§
, het niet aannemen, dat Uw zoon zijn God zoo geheel en al jj
_ zou verlaten hebben. Nog eens, ik ben innig verblijd, dat ‘
er ik U gerust kan stellen. Wel heb ik hem, die Uw moeder-
, ` hart zoo boven alles dierbaar is, slechts oppervlakkig gekend
. en hem, naar ik meen, niet meer dan twee keeren gespro- .
ken. Wel weet ik van zijn doen en laten dus zeer weinig pf
j en kan mijn oordeel dan ook niet anders dan negatief zijn. °
Doch dit negatieve oordeel durf ik dan ook zonder terug-
A2'! , houding uitspreken. Het is in allen opzichte gunstig. Bij
i zijn vrienden staat hij hoog aangeschreven, doch dat is hier
jj · van geen gewicht. Grooter waarde heeft het voor U, en ook
ik jr voor mij, te weten, dat de werklieden, over wie hij is ge-
steld, zich niet over hem beklagen, hem zelfs roemen. Dit
‘ e
ï
il. .