HomeDe practijk der koelie-ordonnantiePagina 18

JPEG (Deze pagina), 830.79 KB

TIFF (Deze pagina), 7.48 MB

PDF (Volledig document), 51.72 MB

,,,,, ,,,,...... .«.....,.,,........;.........,·.,.......».•»«...~...~v- » *:::.;;,;;;.2...r. ,.,....a.,.a..«;a,ï. .;:.E=:;».;33;:;<..a.L;:.a;.ih.»;ïl;<3i;.`.ï....;1.iï.‘.§=*X»äi«>ï,..-.;...a.­«ll­..».».­=­­»­-­»­.»4ï'ï "iàwüiww
`

Qjä
­ ie -
heid beroep, is evenwel niet het gevolg van een streven
mijnerzijds om op Uw gemoed en clementie te werken. Dat
acht ik niet alleen beneden mijn waardigheid, beneden de -
Li hoogheid van mijn ambt als azobile ofyïcázmz, doch ook en _
j. j`§· vooral beneden het open en edel karakter van den man, l
dien ik de eer heb mijn client te mogen noemen. Van ver- ,,
,,j‘. geven kan in dit geval geen sprake zijn, daar immers ver-
giffenis steeds schuld doet veronderstellen. Hier toch komt
““; het hoofdzakelijk, neen geheel op het weten, dat is het
richtig verstaan en begrijpen aan. Het zijn de feiten, de 1
nuchtere feiten, en deze alleen, waarop ik mij wensch te
beroepen. lk wensch het voorbeeld van den geachten
jjft Officier van Justitie van dezen Raad, wien ik mijn oprechte j
hulde breng voor het genomen requisitoir en de leiding der
instructie, te volgen en mij alleen bij de feiten te bepalen. j
Evenwel zal ik mij veroorloven, het verband op te sporen j
t', en uiteen te zetten, waarin die feiten tot elkander staan ‘
en trachten aan te toonen, hoe het één een logisch uitvloeisel j
was van het ander, om dan aan Uwen Raad deze eenvoudige `J
vraag voor te leggen, of er misdrijf is gelegen in, of er j
ergens in onze wet straf wordt bedreigd tegen het toe-
`i passen der logica? Gij kijkt mij eenigszins verbaasd aan, lj
» doch ik blijf bij mijn beweren, en ik hoop het te bewijzen, dat j
j, deze man alleen schuldig staat ­­­ indien het mogelijk ware
jl hier zulk een uitdrukking te gebruiken ­- aan logisch
lj. handelen. Om dit bewijs te leveren, veroorloof ik mij aan E
de hand van het requisitoir U alle feiten in hun onderling
, verband en volgorde voor te voeren. Doch alvorens daartoe
f over te gaan, wil ik hier openlijk en met luider stemme j
ik verkondigen, dat alle feiten door den Officier van Justitie
gesteld, door den beklaagde volmondig worden erkend. .
Ik wensch er echter den nadruk op te leggen, dat deze
«· bekentenis zoo openlijk gedaan, in de verte geen verband
t houdt met de hier door de getuigen afgelegde verklaringen. .
Immers wie zijn deze getuigen en vooral wat zijn zij? Het `
l