HomeMaterialisme, evolutionisme, darwinismePagina 19

JPEG (Deze pagina), 872.87 KB

TIFF (Deze pagina), 7.80 MB

PDF (Volledig document), 21.74 MB

17 `
studie is geschreven, luidt het: ,,De empirische (op feiten ge-
gronde) oorkonden van onze stamgeschiedenis zullen altijd in
hooge mate onvolledig blijven". Of ook: ,,natuurlijk is en blijft
onze stamgeschiedenis een hypothesengebouw". - Wat zegt ge
er van! De geleerde, ten deze alleszins bevoegde, natuurkundige
' Zittel was eerlijker, toen hij verklaarde, dat op geenerlei manier
de klove tusschen aap en men sch is gevuld. En de wereld-
beroemde natuurkundige Virchow zegt: ,,wij kunnen n i et leeren,
en wij kunnen het niet een resultaat der wetenschap noemen,
dat de mensch van den aap of van welk dier ook afstamt". ­-
Het grenst aan het ongelooflijke, hoe de ,,geleerden" hebben
gegoocheld, om het ongeloofs do gm a ,,wij stammen van de apen
af" er toch maar ,,in" te krijgen. Gij priesters en domine’s, zoo
oreert de Dageraadsman b.v., gij met uw onbewezen dogma’s,
uw rijk is haast uit; wij gelooven alleen wat we weten; en de
wetenschap heeft uw dogma’s ontzenuwd. Maar och arme, die
wetenschap! Weder in dit verband een staaltje van wat men onder
wetenschap durft verstaan. Haeckel, de groote profeet van het
moderne materialistisch-monistisch ongeloof, had de wereld des-
tijds kond gedaan, dat we thans alle wezenlijke oorkonden van j
onze stamgeschiedenis bezitten. Zoo zouden we volgens H. dan J
o. a. ,,goed behouden versteende geraamten" be- ,
zitten, die dan als afdoend bewijs konden gelden, voor het na-
wijzen van onze afstamming. M. a. w., dat er wel terdege in vroe-
ger tijd ,,menschapen" bestaan hebben, en waar wij dan afstam-
melingen van zouden zijn.
Al ware dit nu zoo, dat er weleer apen hadden bestaan, die y
velerlei overeenkomst vertoonden met den mensch, dan blijft het
toch nog een open vraag, of nu werkelijk de mensch u it dit apen-
soort is geboren geworden.
Evenwel, daar is meer. Die z.g.n. ,,v e r s t e e n d e g e r a a m-
· te n", van hoedanigen aard en bewijskracht zijn deze? ’t ls haast i
‘ ongelooflijk, hoe wetenschappelijke mannen zulk bewijsmateriaal
f`· durven aanbrengen. j
‘ Een d r i e t al zulke belangrijke bijdragen zijn tot heden bekend.
_ Zegge drie. En van welke hoedanigheid! ,,Geraamten". Wat Q
geleerden al onder geraamten kunnen verstaan, als zij door onge-
6 loofsvooroor·deel zijn bevangen!
Het eerste zoodanige geraamte, afkomstig van een onzer dier- i