HomeMaterialisme, evolutionisme, darwinismePagina 18

JPEG (Deze pagina), 837.77 KB

TIFF (Deze pagina), 7.80 MB

PDF (Volledig document), 21.74 MB

16
aan. Later is hij (hoe kan het anders) geworden niet veel meer
dan een pessimistisch twijfelaar, ja, een totaal ongeloov.ige, die zelf
beleden heeft, zoo goed als nergens meer oog of oor voor te hebben.
Voor ons bestek moet ik volstaan met dit Darwinisme op z’n
cardinale punt critisch tegen te staan; n.l. dat de mensch zou af- _
stammen van de beesten, van een zekere aapsoort.
ln zijn boek over de afstamming van den mensch, zegt hij: ,,Wij
leeren dus (dat ,,dus" is kostelijk! W.), dat de mensch afstamt
van een behaard viervoetig dier, voorzien van een staart en puntige
ooren, waarschijnlijk in de boomen levend en een bewoner van de
oude wereld. Dit schepsel zou - indien zijn geheele maaksel door
een hedendaagsch natuuronderzoeker onderzocht was -­- door de-
zen tot de apen of vierhandige zoogdieren zijn gebracht".
Ziezoo, nu weten we onze herkomst. jammer voor Darwin c.s.
dat we er bij opmerken moeten, dat de s t a m b o o m zo e k is.
Niemand denke toch (zooals velen schijnen te meenen), ·dat Darwin
zou geleerd hebben, dat we afstammen van de tegenwoordig le-
vende aapsoort; neen, daaronder hebben we onze grootouders niet
te zoeken. Wij stammen af van een reeds uitgestorven aapachtig
diersoort. En van id i e soort, ja daarvan, het is heusch triest, om het
te moeten opmerken, is tot heden nog geen overblijfsel gevonden.
Zoodat de dusgenaamde tusschenschakel, nog wel die van een
,,overgang van aap tot mensch", nog altijd zoek is. Geef
u er goed rekenschap van, lezer, wat dat zegt. Dat dus heel de leer
van Darwin o n b e w e z e n is. Natuurlijk!
lk verwijs den belangstellenden lezer tot verdere inlichtingen
i over Darwinisme en Monisme naar mijn boek ,,De Wereld-
r a a d s ele n". Maar een paar proefjes, om het schijnvertoon der
ongeloofs-,,w e t e n s c h a p" te illustreeren, mag ik hier niet ont-
houden.
Eerst dan ontmaskeren we de schijnvertooning der Darwinis-
tische wetenschap, als deze z.g.n. populair optreedt en in volks- _`
uitgave-boekjes en diergelijke de goedgeloovige menigte op den m
mouw wil spelden, dat het wetenschappelijk vaststaat: ,,wij stam- Vi
' men af van apen".
Neem ik als voorbeeld Haeckel. Schrijft hij voor het ,,volk", dan ~
4 heet het: ,,Wij bezitten thans alle hoofdoorkon- j
den van onze stamgeschiedenis". Maar in zijn boek
Systematische Phylogenie, dat voor mannen van