HomeMaterialisme, evolutionisme, darwinismePagina 15

JPEG (Deze pagina), 925.50 KB

TIFF (Deze pagina), 7.81 MB

PDF (Volledig document), 21.74 MB

13
zinnigheid. Eeuwige Evolutie. Wat is dat?! Evolutie onderstelt tijd
rg en ruimte; zonder tijd- en ruimtebegrip valt er over ontwikkeling
V en uitwikkeling niet te handelen. Maar ,,eeuwig" sluit deze beide
jjjj begrippen, tijd en ruimte, juist uit. Hoe nu? Hier heft het stelsel
zichzelf op. Om te kunnen evolveeren (uit- en ontwikkelen) moet
U er een stoot zijn geschied tot beweging. Vanwaar die stoot? En
dan ,,beweging". Wanneer, hoe? Als alles eeuwig is, is er geen
begin, dus geen plaats voor zulk een stoot of bewegingsaanvang.
Meer. Dan heeft alles al eeuwig ,,den tij«d" gehad, om zich te
kunnen ontwikkelen. Dan is alles reeds af. Of ook: dan is alles
al ...... vergaan!
Wie, als Haeckel, spreken wil van een ,,steeds wederkeerende
wisseling van worden en vergaan", en dat ,,eeuwig" door, poneert
een stelling, welke natuurwetenschappelijk verstaan,
onbewezen is, en philosophisch opgevat reine onzin mag heeten.
Maar dan vertwijfele men ook aan de troostboodschap van dit
Evolutie­evangelie. Het zou op deze lijn, als we maar lang genoeg
geduld hebben, nog wel eenmaal ,,alles goed" worden. We gaan «
langs lijnen van ontwikkeling naar den paradijsstaat. Maar eilieve,
eeuwig hebben we er reeds ,,den tijd" voor gehad. En nog is het .
niet beter, dan het thans is; zoo laat dan alle hoop varen. En ten j
slotte, al kwamen we langs deze lijn in den paradijsstaat aan, als i
zulke Evolutie (en dies ook strijd, worsteling) tot het wezen der
dingen behoort, dan zou het moment, waarop het paradijs aan-
vangt, tegelijk het moment zijn, waarop het verdwijnt.
Zegt de Evolutie-man nu misschien: maar gij dan, met uw Gods-
geloof, komt in dezelfde klem. Immers op uw God past ge ook _
dit begrip eeuwig en oneindig toe? Dan antwoorden we: zeker,
4 God is eeuwig. Maar zonder evolutie juist. Hij is de Zijnde.
,,Eeuwig" en ,,aanvang", gewis die twee begrippen verdragen ,
elkaar niet. Evolutie onderstelt een begin, een aanvang, dus is niet
eeuwig. Maar God kent geen begin, geen aanvang. Dit is juist tot
het Goddelijke i·n God behoorend. Alle worden onderstelt een zijn,
, ti leerde Aristoteles reeds. De wereld is het gewordene en wordende, ,
" juist; maar daarom niet eeuwig. God de Zijnde; tot Zijn wezen A
l behoort het niet-begin, het niet-ontstaan. Het ware volle Zijn, is
eeuwig Zijn; Hij is de Zijnde, die het leven uit en door Zichzelf l
heeft, en daarom het Leven zelf is, het ongeschapene Leven. En L,
als het volle zijn, ook een b e w u s t zijn; dus d e L e v e n d e;