HomeEvenredig kiesrechtPagina 5

JPEG (Deze pagina), 840.02 KB

TIFF (Deze pagina), 7.98 MB

PDF (Volledig document), 23.47 MB

l
I
j " . 3
i plegen met anderen Overbodig kon genoemd worden? Verre
daarvan. Met alle waardeering van de bekwaamheid van
Voorzitter en leden, blijkt dat de Commissie was saam-
gesteld uit een politiek en niet uit een deskundig oogpunt.
j Behalve één lid zonder wetenschappelijken titel, zijn alle leden
en de beide secretarissen incluis, Meester in de Rechten.
( Volgens de onzalige gewoonte van den laatsten tijd
worden staatscommissién uit een politiek oogpunt saam-
L gesteld. Dan wordt met angstvalligheid nagegaan of elke
politieke partij wel behoorlijk in zulk een Commissie is
` i vertegenwoordigd. De vraag, of de aldus benoemde leden
l op de hoogte zijn van het te behandelen vraagstuk, blijft
j op den achtergrond; en zoo worden deskundigen buiten-
a gesloten. Het is waar, zij hebben het er dikwijls naar
t gemaakt, wanneer zij geroepen werden een of ander
2 ingewikkeld sociaal vraagstuk toe te lichten, zooals dit
K o.a. bij de behandeling van ouderdoms- en invaliditeits-
j verzekering het geval was. Maar mag dit een reden zijn
‘ om ze nu geheel buiten te sluiten, en zelfs hun advies
‘ niet in te roepen bij de behandeling van vraagstukken,
i waar dit, gelijk in het onderhavige geval, zoo hoogst
wenschelijk, ja onmisbaar kan geacht worden? Hoe dit
i ook zij, de gevolgen van de miskenning van technische
E medewerking zijn niet uitgebleven, gelijk uit het volgende
op voldoende wijze zal blijken.
_ Het Verslag begint, onder terzijde stelling van haar
mandaat met de samenstelling der Commissie. Als Voor-
` zitter trad op een wegens zijn grondige kennis van ons
staatsrecht alom bekend staatsraad; als leden: meerendeels
leden of vroeger lid der tweede kamer staten generaal,
jv uit verschillende politieke partijen gekozen, waaronder ook
' een lid tot de sociaal-democratische partij behoorende: als
secretarissen: een rechter en een advocaat. Van de wis-
, kundige wetenschappen, wier toepassing voor de oplossing
i van het gestelde vraagstuk onmisbaar is, kon bij de
i leden, voorzitter, onder-voorzitter en secretarissen niet
j meer kennis ondersteld worden, dan het voormalige aca-
‘ demische klein­mathesis examen, of wel het uit later tijd
stammende gymnasiale eindexamen cz kan doen verwachten.
l ` Na vervolgens de rede te hebben opgenomen, waarmede
de Minister van Binnenlandsche Zaken de Commissie in-
l
l