HomeEvenredig kiesrechtPagina 22

JPEG (Deze pagina), 874.88 KB

TIFF (Deze pagina), 8.00 MB

PDF (Volledig document), 23.47 MB

. ’ 20 "
Met het Belgische stelsel, dat bij elke verkiezing naast de
verkozenen ook plaatsvervangers worden aangewezen, kan
T de Commissie zich echter niet vereenigen. Zij stelt voor
l het uitvallend lid te vervangen door den candidaat, die met
hem voorkomt op dezelfde lijst en van de niet verkozen
candidaten van de lijst de meeste stemmen heeft behaald.
Maar nu doet zich een nieuwe moeilijkheid voor. Hoe
te handelen, wanneer een lid der volkvertegenwoordiging
door de regeering tot een ambt of tot een nieuw ambt
wordt geroepen? Thans moet zulk een lid zich in zijn
district aan een herkiezing onderwerpen; moet dit in het
- nieuwe stelsel zoo blijven? Hier is de Commissie verdeeld.
Vier leden gaven de voorkeur aan het denkbeeld om de
dwingende bepaling in de Grondwet op te heffen, zoodat
het lid bij de aanvaarding van een ambt stil op zijn zetel
kan blijven zitten; maar de meerderheid was van een ander
gevoelen en eischte de handhaving van de bestaande be-
paling, waaraan zij ,,uit een oogpunt van reinheid (sic)
van politieke zeden, groote waarde hecht". Haar voorstel
was derhalve om in artikel 96, laatste lid, der Grondwet
te schrappen de woorden: ,,maar zijn herkiesbaar". ,,Het
gevolg daarvan zal zijn, dat de plaats van den afgetredene
tijdelijk door een ander wordt ingenomen. Tijdelijk. lmmers
t aan zijn herkiezing bij de eerstvolgende algemeene ver-
j kiezing staat geen wettelijke hinderpaal in den weg." Tenzij
. de maatregel wordt genomen dat geen persoon, die een
rijksambt bekleedt, als volksvertegenwoordiger mag op-
treden, gelijk dit nu reeds voor hooger en middelbaar
onderwijs geldt en ook van toepassing is op ambtenaren
l der departementen van algemeen bestuur. Hoogst wenschelijk
T komt mij voor een uitbreiding dezer bepaling over de
. rechterlijke macht alsmede over allen, die aan land- of
zeemacht zijn verbonden. Zulk een maatregel zou stellig
i de reinheid onzer politieke zeden bevorderen!
i Als gevolg van den voorgestelden maatregel zal het, naar *­
het oordeel der Commissie in het vervolg onmogelijk zijn,
dat het ambt van Minister met het Kamerlidmaatschap kan
, worden vereenigd. Nu, hierom zal stellig in den lande niet t
i worden getreurd! De weinige ervaring, omtrent de vereenig-
baarheid van beide mandaten opgedaan, leidt er niet toe de
moeilijkheden daartegen door uitzonderingsbepalingen op
l
i