HomeEngelse invloeden op het gemeen recht van Zuid AfrikaPagina 22

JPEG (Deze pagina), 833.74 KB

TIFF (Deze pagina), 7.01 MB

PDF (Volledig document), 40.28 MB

Vi R V ``‘ U ` I Qi
ï =' il
4`
ï
l Een poging om deze leer ook bij het Kaapse Hof de
I ingang te doen vinden in de zaak van R. v. BARKER I) I aar
gelukte echter niet. De meerderheid van het hof trok de 0Cf
jj; juistheid van die regel voor ons recht in twijfel, hie
ll; besliste echter dat er onder de omstandigheden van
li geen dwang sprake kon zijn. Rechter Dwvmz, iemand km
die op latere leeftijd eerst met het Rom.­Hollands recht Gpï
had kennis gemaakt, was in de minderheid. Hoe bCl
node hij afstand deed van een hem vertrouwd begin- VO]
sel, blijkt uit zijn opmerkingen in de zaak R. v. FARLEY 9) als
waarin kort daarna dezelfde kwestie weer ter sprake mo
kwam. In die zaak bevond het Hof, dat uit de PIC
omstandigheden niets bleek van dwang door de man op l 331
de vrouw uitgeoefend. Dit nam niet weg dat Rechter gg
ïïi DWYER mokkend zei: ,,I am bound by the case of the Ya]
jj, Queen v. BAKKER, but if a scoundrel chooses to make md
a cat’s-paw of his wife, and stands watching her be- kw
hind the door with a sjambok in his hand, I should de
say that the wife was acting under the coercion of VC]
her husband.” Natuurlik erkennen ook wij het be- j en
ginsel, dat wanneer er tussen twee personen een f €€*
zodanige verhouding bestaat, dat aan de ene kant Zij]
kan gesproken worden van een jus impemz7m’z` en me
aan de andere kant van een zzecessims pmrendi, dat Va?
de persoon, die het bevel gehoorzamen moet, wat Wa
fi; zekere soort misdaden betreft, de straf ontloopt, ter- Va?
wijl hij, die het bevel gaf, in plaats van de pleger van N?
ly -.ï­ we
jij SARAH jorm, 3 E. D. C. 336) R. v. BRUINTJES, 4 E. D. C. 281, R. _
gi v. J. & L. DWELSE, 7 E. D. C. 71, R. v. M1cKEv & ANOTHER
ággri 7 H. c. 227. 7
, 1) 2 S. C. 9.
2) 2 s,c. 227. 7
ääè
Ei