HomeDe vivisectie en de kerkPagina 6

JPEG (Deze pagina), 770.73 KB

TIFF (Deze pagina), 6.55 MB

PDF (Volledig document), 10.49 MB

4
Dat Heeren predikanten zich wel niet met alles,maar toch met
veel bemoeien, dat oogenschrjnlijk niet tot hun terrein behoort,
is zeer zeker waar, want vele vraagstukken hebben een ethische
zijde, die dikwijls door wetenschappelijke onderzoekers wordt
miskend, ja, zijn eigenlijk enkel moraal.
Dit geldt hoofdzakelijk van het Vivisectie­vraagstuk. Van-
daar zoovele stemmen van predikanten - mochten het er nog
veel meer zijn! -~ in het koor der Antivivisectionisten.
De Kerk moet opkomen voor recht en gerechtigheid. Zij
is de huisbezorgster van de menigerlei genadegaven Gods. Zij E,
moet de ideale goederen der hoogere wereld tot moreele levens- i
krachten maken op deze aarde. Zij moet alle krachten in-
spannen, dat Gods wil op aarde geschiede gelijk in den hemel,
dat zän Rnk op aarde kome en liefde en gerechtigheid zege- i
vieren. Zü moet ’t in 't nauw gebrachte en verdrukte helpen,
ieder ’t gevoel van verantwoordelijkheid tegenover ’t zwakke
en hulpelooze inscherpen, zijn zedelijk gevoel dieper maken
en hem de gansche wereld toonen als het terrein van de ge-
naderijke werkzaamheid Gods.
Daarom moet de Kerk met alle macht den strijd tegen de
Vivisectie aanbinden. Zü gevoelt de Vivisectie als een onrecht
en als uiting van een wereldbeschouwing, die lijnrecht tegen-
over de hare staat.
Wanneer de Kerk het dier in bescherming neemt en de Vi-
visectie bestrijdt, wil zij daardoor verdedigen:
I. de rechten van het dier,
II. de rechten van ons eigen zedelijk gevoel,
III. het recht van onze kinderen op eene gezonde moreele _
levensatmospheer. !
Negatief uitgedrukt kunnen wij ’t ook zóó zeggen: wij heb-
ben het dier in bescherming te nemen tegen wetenschappelijke
wreedheid, ons eigen geweten tegen zedelijke verwildering en •
onze kinderen tegen alle invloeden, die hun zedelijke levens-
sfeer vergiftigen.
I. Het dier heeft recht op ’t leven. God heeft alle dieren
geschapen, die daar leven en zich bewegen, elk dier naar zün
aard, opdat het vruchtbaar zij en zich vermenigvuldige en zün