HomeDe vivisectie en de kerkPagina 10

JPEG (Deze pagina), 805.49 KB

TIFF (Deze pagina), 6.58 MB

PDF (Volledig document), 10.49 MB

8
spreukendichter had wel gelijk, toen hij zeide (hfds.12 : 10): de
rechtvaardige kent het leven van zijn beest; maar de barm-
i hartigheden der goddeloozen zijn wreed.
De liefde tot het dier is ieder mensch ingeschapen. `Wij zien
het reeds bij de kinderen, hoe houden van bloemen en
dieren en ieder vogeltje of ieder konüntje, dat zich bezeerd
heeft, ’t innigste medelüden betoonen. Moeten wij nu in naam
i der wetenschap die liefde tot het dier dooden'? Moeten wü
niet veel meer alle krachten inspannen om die liefde aan te
kweeken, in de vaste overtuiging, dat de mensch zijn innerlijk ç
wezen ontwikkelt, naarmate hij een kind blijft, dat onbevangen ‘
en vrij in Gods schoone wereld met zonnig oog rondziet? T
In ,,Niels Holgerssons wonderbare reis” vertelt Selma Lagerlöf
van een betooverden knaap, die als kabouter met de wilde i
ganzen op den rug van een ganzerik door de lucht naar ’t
noorden trekt. Hij bewust zijn nieuwen vrienden, die hij steeds
meer liefkrngt, allerlei diensten. Eindelijk mag hij weer een
mensch worden, wanneer hij den ganzerik, die hem zoo trouw
door de lucht heeft gedragen, opoffert. Maar tot zulk een prijs
wil hij geen mensch worden en op aangrijpende wijze wordt
de strijd geschetst tusschen zijn liefde tot de hem omringende
dieren en zijn verlangen naar ’t ouderlijk huis. Hoe meer hij
dat ouderlijk huis nader komt, des te meer ontwaakt in hem
de liefde tot zijn ouders en het verlangen hen te zien. Maar
hij overwint: hij wil zün gevederden vriend niet opofferen.
Deze liefde tot het dier is het ten slotte, die hem weer tot
een mensch maakt.
Deze vertelling is een sprookje, maar toch moet zij ons,
volwassenen, de diepe waarheid prediken, dat ook de liefde tot {
het dier ons waarlijk tot menschen maakt!
Die waarheid moet ook door de wetenschap worden hoog- N
gehouden. Ware wetenschap richt zich op het ideaal. Zn heft T
op en voert tot God. VVanneer wij gevaar loopen dat te ver-
geten, moeten wij elkaar daaraan herinneren.
Hier heeft de Kerk haar taak.
De Kerk leeft veel te weinig het maatschappelnk leven van
onzen tijd mede, zij staat vaak geheel op zich zelve, terwijl
het gewone dagelijksche leven in groote golven voorbij haar