HomeGoddelijke paedagogiePagina 38

JPEG (Deze pagina), 712.67 KB

TIFF (Deze pagina), 5.77 MB

PDF (Volledig document), 29.18 MB

h
36
bensverneinung als ethische plicht blijft een irratio-
neele eisch, voortspruitende uit ons verantwoorde- i
lijkheidsbesef ten opzichte van het leven van anderen.
Dat is dus het eerste onvermijdelijke conflict: de ,
mensch, staande in de physische noodzakelijkheid ”
van het zelfbehoud, kan niet voorkomen, dat zijn
existentie die van anderen in gevaar brengt. Die Not-
i wendigkeit Leben zu vernichten und Leben zu scha-
( digen ist mir auferlegt .... Um mein Dasein zu erhal-
. ten, musz ich mich des Daseins, das es schädigt,
erwehren .... Meine Nährung gewinne ich durch Ver-
. nichtung von Pflanzen und Tieren. Mein Gliick er-
baut sich aus der Schädigung der Nebemnenschen."
i (K. 247 e.e.) Hier is transigeeren uitgesloten. Het ·
sluiten van een compromis behoort tot de onmogelijk- A
heden. Een goed geweten, zegt Schweitzer, in een
uitspraak, die bijna aan Barth doet denken, is een
uitvinding van den duivel. (K. 248). Hoe dieper wij
1 het conflict beleven, hoe dichter wij bij de waarheid
zijn.
Nog een andere botsing is onvermijdelijk en komt
de bestaande onzekerheid vergrooten, n.l. dat de (
mensch niet alleen persoonlijkheid is, maar ook lid
van een samenleving. En nu stroken de eischen van
onze persoonlijke ethiek lang niet altijd met die van
-de totaliteit, waartoe wij behooren, die op zich zelf i
ook van dien drang tot zelfbehoud is vervuld, maar ‘
dan niet behoud van het individueele, doch van de
samenleving. En dit laatste kan onder omstandighe­ i
den vernietiging van één leven eischen. Men denke
aan het klassieke voorbeeld van Joh. ll. Het is ons (
nut, dat één mensch sterve en niet het gansche volk »
‘ ­­­ . , 1­~