HomeGoddelijke paedagogiePagina 33

JPEG (Deze pagina), 646.70 KB

TIFF (Deze pagina), 5.80 MB

PDF (Volledig document), 29.18 MB

>
. l
ë 31
Men beseft, hoe zwaar het Barth valt uit deze prae-
i missen te komen, tot reeële, practische aanwijzingen,
ii bruikbaar in onze levenspractijk. Hij spreekt - en
l terecht - voortdurend van die grosze Störung. De
i mensch, (zelfs al vertoont hij zich in de bengaalsche
, verlichting van zijn vroomheid) wordt nooit de
mensch Gods, die hij wezen moet en dat verschil is
K niet gradueel, maar absoluut. Daarom kan men het
nooit verder brengen dan tot een protest tegen de
groote dwaling van deze wereld, zonder nochtans zelf
in den grond die dwaling ooit te overwinnen. \`el
moet Barth tenslotte, sprekende over het secundair-
. zedelijk-handelen, toegeven, dat er werkelijk hande-
lingen zijn, waarin het offer ziehbaar wordt, de ge- ‘
ll offerde mensch en daarom niet de mensch in eenige·
j nieuwe positieve of negatieve menschelijkheid, maar
j Gods eigen aard en wil en macht en recht. Zeker-
l heid daaromtrent is in zijn systeem nimmer te ver-
krijgen. Men houdt slechts deze min of meer orakel-
? achtige definities in handen: Positiv­ethisch ist das
i " VVollen und Tun, das der vergehenden Gestalt dieser
H VVelt gegeniiber negativ ist (Böm. 438), negativ­
ethisch nennen wir ein Wollen und Tun, das positiv
ist in seinem Verhältnis zur kommenden VVelt.
Hoe weinig houvast men tenslotte hieraan heeft, {
blijkt zoodra enkele practische vraagstukken aan de
orde komen, want dan betoogt Barth voortdurend, hoe
nooit met afdoende zekerheid kan worden gezegd,
dat deze of gene handeling of levenshouding de van
God gewilde is, omdat steeds de restrictie eraan toe-
. gevoegd moet worden, dat onder andere omstandig- ëi
V heden ook het tegendeel als demonstratie ter eere-
ii
1 ë?